Een DIJK van een collega: omgevingsadviseur Simone van Gigch

Bij Rijnland werken er elke dag vele collega’s aan dijkverbeteringsprojecten. Vanuit verschillende afdelingen binnen de organisatie wordt er meegedacht en meegewerkt aan de waterveiligheid van ons gebied. Verspreid over 6 interviewartikelen lichten we de verschillende fases van het dijkverbeteringsproces toe. Dit doen we aan de hand van onze collega’s. Deze keer is het aan onze DIJK van een collega: omgevingsadviseur Simone van Gigch.

Omgevingsmanagement

Rijnland is verantwoordelijk voor de waterveiligheid in het gebied en onderhoud daarvoor 1220 km aan regionale dijken, 48 km primaire dijken en ca. 25 noodwaterkeringen. Als omgevingsadviseur is het aan Simone de taak om het omgevingsmanagement op te pakken. ‘Omgevingsmanagement als vak bestaat nog niet zo lang, maar het begint een steeds belangrijkere rol in te nemen’, vertelt Simone. ‘We verbinden de omgeving met het project en we proberen de belangen van alle partijen hierin zo goed mogelijk te behartigen. Je kunt echt een verschil maken voor de omgeving in deze rol.’

De omgeving in kaart brengen

‘Bij de start van een project breng je de betrokken partijen in kaart. Dat zijn interne stakeholders, dus binnen Rijnland, en externe stakeholders.

Daarbij kun je denken aan overheden, bedrijven, omwonenden en belangenorganisaties. Zo kan een gemeente er bijvoorbeeld voor kiezen om gelijktijdig met de dijkverbetering een nieuwe weginrichting te bewerkstelligen. Daarnaast breng je vergunningen en de daarbij horende onderzoeken in kaart die nodig zijn om het project te kunnen uitvoeren. Is het gebied gebombardeerd tijdens de oorlog? Zitten er nog archeologische resten in de grond? Zijn er bomen of gebouwen waar we rekening mee moeten houden? Ook maken we inzichtelijk wat er onder de grond zit aan kabels en leidingen. Nadat deze informatie compleet is, kan het ontwerpproces beginnen.’

Komen tot een gedragen ontwerp

‘Als we aan een dijkverbetering beginnen dan stemmen we dit af met de betrokken stakeholders. Dit doen we vaak al voordat het eerste ontwerp er ligt. In een participatie- en communicatieplan leggen we vast hoe deze afstemming zal plaatsvinden. Dit hangt onder meer af van de impact van het dijkontwerp. Wanneer de dijkverbetering veel impact heeft op de omgeving of op specifieke omwonenden dan kiezen we ook voor keukentafelgesprekken. Daarnaast organiseren we ook inloopbijeenkomsten waar we het proces, en later in de tijd het ontwerp, toelichten. Dit is een plek waar wij kennis over de omgeving, wensen en reacties op het ontwerp kunnen ophalen. Deze nemen we mee en wanneer dat mogelijk is verwerken we ze in het ontwerp. Ook vindt er overleg plaats met overheden en andere partijen die een belang hebben in het gebied en vragen we vergunningen aan.

Projecten hebben een gemiddelde doorlooptijd van 5 jaar, dus het is van belang dat inzichtelijk blijft welke besluiten er genomen zijn. We verzamelen daarom alle wensen en eisen in een dossier. Zaken die over de uitvoering gaan, komen bij de aannemer terecht. Zo behouden we het overzicht van alle afspraken en gaan we serieus om met de inbreng van partijen en belanghebbenden.’

De uitvoering

‘Wanneer de vergunningen verleend zijn en de aannemer aan boord is, start de uitvoering van de dijkverbetering. Als omgevingsadviseur blijf ik betrokken bij het project en zorg ik samen met de aannemer dat de omwonenden en andere betrokken partijen op de hoogte blijven van de werkzaamheden. Wanneer een dijkverbeteringsproject wordt afgerond, zorgen we voor een mooi oplevermoment.’

De grootste uitdaging

‘De grootste uitdaging in mijn werk is het meekrijgen van omwonenden met het plan, ook al zijn ze het niet helemaal eens met wat we gaan doen. Soms zit er bij mensen nog oud zeer uit eerdere ervaringen. Het is dan een kunst om goed te luisteren en te kijken of het vertrouwen hersteld kan worden. Ook blijft het belangrijk om goed uit te leggen dat we hier echt werken voor een maatschappelijk doel, namelijk de waterveiligheid van het gebied.

Ik heb dus een mooie, uitdagende baan waarbij je dicht op het vuur staat. Geen dag is hetzelfde en daarbij mag ik een bijdrage leveren aan de waterveiligheid door de verbinding tussen binnen en buiten te zijn.’