Een DIJK van een collega: technisch manager Gustaaf van Wijk

Bij Rijnland werken er elke dag vele collega’s aan dijkverbeteringsprojecten. Vanuit verschillende afdelingen binnen de organisatie wordt er meegedacht en meegewerkt aan de waterveiligheid van ons gebied. Verspreid over 6 interviewartikelen lichten we de verschillende fases van het dijkverbeteringsproces toe. Dit doen we aan de hand van onze collega’s. Deze keer is het aan onze DIJK van een collega: technisch manager Gustaaf van Wijk

Technisch manager

Rijnland is verantwoordelijk voor de waterveiligheid in het gebied en onderhoud daarvoor 1220 km aan regionale dijken, 48 km primaire dijken en ca. 25 noodwaterkeringen. Als technisch manager werkt Gustaaf, zoals zijn titelfunctie al zegt, samen met zijn team van technisch adviseurs aan de techniek voor veilige dijken. ‘In 2012 en 2024 zijn de Rijnlandse dijken grootschalig getoetst om te controleren of ze nog aan de veiligheidsnormen voldoen’, vertelt Gustaaf. ‘Dijken die niet meer aan de norm voldoen worden geprioriteerd en zo wordt vastgesteld in welke volgorde we de dijken gaan verbeteren.

Met het team krijgen we de opdracht om, in samenwerking met ingenieursbureaus, te beslissen welke techniek we gaan toepassen om de dijk te verbeteren. Hier komen veel berekeningen en metingen bij kijken. Uiteindelijk komt hier een ontwerp uit rollen waarin staat op welke manier we de dijk gaan verbeteren.’

Faalmechanismen

‘Een dijk kan worden afgekeurd op verschillende faalmechanismen, zoals hoogte of stabiliteit. Als een dijk bijvoorbeeld opgehoogd moet worden, moet deze ook verbreed worden. Want als je iets aan de hoogte doet, dan moet je voor de stabiliteit ook iets aan de zijkant van de dijk doen. Deze zijkant noemen we de talud. Zo wordt de stabiliteit gewaarborgd. Op een informatieavond voor de omgeving worden onder andere deze faalmechanismen en het ontwerp gepresenteerd en toegelicht.

Nadat het ontwerp is gepresenteerd en de omwonenden hierop hebben gereageerd, worden de laatste (technische) wijzigingen in het ontwerp verwerkt. Uiteindelijk moet er een gedragen en maakbaar ontwerp uitkomen waar zowel de omgeving als de techniek achter staat. Dit maakt dat de samenwerking tussen deze twee van groot belang is.’

Complexe opgaves

‘Geen dijk is hetzelfde. Er zijn complexe en minder complexe dijken. Over het algemeen zijn de minder complexe opgaves de dijken in een groene omgeving met weinig woningen of eigenaren aan de dijk. Deze dijk kun je vaak verhogen en versterken met grond aan de binnen- en buitenkant van de dijk. Dit is de basisoplossing en de financieel meest aantrekkelijke oplossing van hoe we een dijk verbeteren.

De meer complexe opgaves liggen in dichtbebouwd gebied, waarbij er veel woningen op of aan de dijk liggen. In deze gevallen is het echt maatwerk en gaan we opzoek naar de beste technische oplossing. De oplossing kan dan vaak niet met grond uitgevoerd worden, maar moet constructief zijn. Hier plaatsen we dan bijvoorbeeld een stalen damwand. We gaan altijd voor het beste resultaat, waarbij we streven zo lang mogelijk weg te blijven uit een gebied. De waterveiligheid van het gebied is de belangrijkste opgave.’

Dijkvernageling

‘De afgelopen jaren is er in de techniek veel veranderd. Deze ontwikkelingen volgen we op de voet. Als toonaangevend waterschap willen we innovaties toepassen en tegelijkertijd betrouwbaar zijn; de techniek moet dus bewezen zijn. We zijn continu bezig met het onderzoeken en ook het toepassen van deze innovatieve methodes.

Binnenkort gaan we bij een dijkverbeteringsproject dijkvernageling toe te passen. Dit is een innovatieve methode, eerder toegepast als pilot bij een collega waterschap, waarbij we een dijk versterken doormiddel van het plaatsen van nagels in de dijk. Dit is een ideale oplossing wanneer er weinig of geen ruimte is om grond te gebruiken.

Verder veroorzaakt dijkvernageling minder schade in de omgeving doordat er bijvoorbeeld met deze techniek meer bomen behouden kunnen worden. Een ander voordeel is het gebruik van lichter materieel, We stappen hier dus af van een reguliere aanpak van de grondverbetering. Erg mooi dat we dit zo gaan doen! Het blijft dus belangrijk om een brede blik te ontwikkelen vanwege de vele innovatieve methodieken.’

De nieuwe generatie

‘Naast al deze werkzaamheden, begeleid ik ook studenten. Veel stagiaires en afstudeerders weten ons te vinden. Zij studeren bijvoorbeeld civiele techniek, maar ook studenten die zich bezighouden met biodiversiteit of bedrijfskunde kloppen bij ons aan. We maken hier graag tijd voor. Het klaarstomen van de nieuwe generatie is mooi en inspirerend om te doen. Zoveel talent dat onze kant op komt, dat is prachtig om te zien.’