Vragen en antwoorden droogte 2026
In de zomer van 2026 heeft heel Nederland te maken met droogte. Door hoge temperaturen en weinig neerslag is de verdamping groter dan de hoeveelheid regen. Ook voert de Rijn minder zoet water aan. In de vragen en antwoorden hieronder lees je meer over de droogtesituatie.
Laatste update: 16 augustus 2026.
Algemeen
Op dit moment hebben we te maken met een uitzonderlijk droge situatie. Door de aanhoudende droogte en de lage afvoer van de Rijn is er minder aanvoer van zoet water in Nederland. Daardoor neemt in West-Nederland het risico op verzilting toe. Bij verzilting loopt het zoutgehalte in zoet water op. Rijnland neemt daarom extra maatregelen om verzilting te beperken en voldoende zoet water beschikbaar te houden voor inwoners, natuur, landbouw en bedrijven. Via de tijdlijn op rijnland.nl kun je alle genomen maatregelen teruglezen.
Rijnland publiceert bij droogte ook een zomermonitor, waarin bijzonderheden zijn opgenomen over onder andere verdamping, waterpeil, chloridegehalte en zwemwaterkwaliteit. In de zomermonitor lees je het actuele beeld én de verwachte ontwikkeling qua weer en Rijnafvoer voor de komende periode.
Door klimaatverandering zien we steeds vaker drogere en nattere perioden en andere vormen van extreem weer in Nederland. Klimaatverandering gaat sneller dan we dachten en de gevolgen worden steeds zichtbaarder. De afgelopen jaren hebben we ook te maken gehad met het fenomeen ‘droogte'. Het KNMI heeft berekend dat in het jaar 2100 een extreem droog jaar, zoals zich in 2018 heeft voorgedaan, dan bijna elk jaar optreedt.
Het landelijke neerslagtekort is in augustus 2026 opgelopen tot 330 millimeter, dat valt binnen de 5% droogste jaren. Ook is de afvoer van de Rijn erg laag.
Op dit moment hebben we dus te maken met een uitzonderlijk droge situatie. Rijnland neemt de situatie serieus en handelt hiernaar. Daarom worden er nu maatregelen genomen en meerdere scenario’s uitgewerkt voor het geval de droogte aanhoudt. De huidige situatie is nog beheersbaar, maar blijft afhankelijk van verdere ontwikkelingen in de droogte en de rivierafvoer.
Als de droogte aanhoudt en de Rijnafvoer laag blijft, is het grootste risico dat het zoutgehalte van het water in ons gebied oploopt (verzilting). Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Rijnland bereidt zich voor op dit scenario, kijkt welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om verzilting te beperken en blijft de situatie dagelijks beoordelen.
Bij verzilting loopt het zoutgehalte (chloridegehalte) in het zoete water op. Hiermee wordt het water dus iets zouter. Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Ter vergelijking: zeewater bevat ongeveer 19.000 mg zout per liter. Verzilt water bevat veel minder zout dan zeewater. Afhankelijk van de mate van verzilting bevat verzilt water bijvoorbeeld een zoutgehalte van 400-3.000 mg per liter.
Op dit moment is dat geen haalbare oplossing voor de hoeveelheden water die Rijnland nodig heeft voor het peilbeheer. Om de waterpeilen in ons gebied op orde te houden, gaat het om zeer grote hoeveelheden water. Het ontzilten van zulke volumes vraagt veel installaties, energie, ruimte en tijd. Daarom richt Rijnland zich eerst op het zo lang mogelijk vasthouden van zoet water, het beperken van waterverbruik en het opbouwen van een zoetwaterbuffer. Pas als die mogelijkheden onvoldoende zijn, kan het nodig zijn om verzilt water in te laten.
Helaas niet. De neerslag is welkom maar dat betekent niet dat de droogte voorbij is. Het neerslagtekort is opgelopen tot meer dan 250 mm, met een regenbui neemt het neerslagtekort maar met enkele millimeters af. De natuur en waterkwaliteit staan dus ook na een bui nog steeds onder druk.
Rijnland bereidt zich ieder jaar voor op droge perioden. We hebben maatregelen en draaiboeken klaarstaan voor situaties waarin de aanvoer van zoet water onder druk komt te staan. Ook hebben we bij de meest recente grote buien zoveel mogelijk water vastgehouden, om dit later op natuurlijke wijze te kunnen laten verdampen.
Tegelijkertijd is iedere droge periode anders. Waterbeheerders zijn afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, de lengte van de droge periode en de afvoer van de Rijn. Op dit moment hebben we te maken met een uitzonderlijk droge situatie. In extreme situaties kan het voorkomen dat de maatregelen niet voldoende zijn om steeds verdere verzilting van Rijnlands gebied te voorkomen.
Rijnland werkt intensief samen met Rijkswaterstaat, andere waterschappen en drinkwaterbedrijven om het beschikbare zoete water zo goed mogelijk te verdelen. Ook vragen we vertegenwoordigers uit de landbouw en van natuurorganisaties om mee te denken.
Water stopt niet bij bestuurlijke grenzen. Besluiten over de verdeling van zoet water hebben gevolgen voor meerdere regio's. Daarom vindt afstemming plaats op regionaal en landelijk niveau.
De actuele maatregelen zijn te bekijken via de tijdlijn op rijnland.nl.
We hebben voldoende water nodig in ons gebied, zo houden we onze dijken stevig. Veendijken in ons gebied zijn gevoelig voor droogte. Ze hebben water nodig om stabiel te blijven. Een te laag waterpeil kan daarnaast zorgen voor schade aan gewassen en veenoxidatie. Om het water op peil te houden, zijn we afhankelijk van neerslag en de wateraanvoer van de Rijn. Als dit achterblijft, is het lastiger om het water op peil te houden met zoet water.
Daarnaast willen we vermijden dat we verzilt water moeten binnenlaten of dat water in ons gebied verzilt door zoute kwel. Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Om voldoende zoet water aan te voeren is een voorziening als de KWA belangrijk.
Nee, op dit moment heeft Rijnland geen beregeningsverbod of onttrekkingsverbod. Het is mogelijk dat deze maatregel later deze zomer alsnog nodig is als de droogte aanhoudt. Rijnland roept gebruikers van water wel op om bewust en zorgvuldig om te gaan met (drink)water.
Elk waterschap is op dit moment genoodzaakt om maatregelen te nemen om de gevolgen van droogte te beperken. Welke maatregelen dat zijn, kan enorm verschillen per gebied en watersysteem. Dat kan betekenen dat het ene waterschap een beregenings- of onttrekkingsverbod heeft en de ander niet.
Elk waterschap kiest maatregelen die op dat moment passend en proportioneel zijn voor het eigen watersysteem en de eigen situatie. Niet elke maatregel is in elk gebied even effectief op hetzelfde moment. Het ene gebied heeft bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor het vasthouden van water dan de ander. Net zoals het ene gebied sneller last krijgt van verzilting dan de ander. Ook verschillen de typen landbouwteelt per gebied. De ene teelt kan bijvoorbeeld 's nachts beregenen (minder verdamping) en de ander niet.
In het geval van een beregenings- of onttrekkingsverbod is het effect in het Rijnlandse gebied relatief klein op de totale watervraag. Een verbod kan daarentegen wel veel schade geven voor de landbouw. Daarom stelt Rijnland deze maatregel uit zolang dat mogelijk is.
De maatregelen die Rijnland wel of niet neemt, stemmen we goed af met onze buurwaterschappen. Zo kunnen we als regio West-Nederland met elkaar de meest effectieve maatregelen nemen om het beschikbare zoete water zo goed mogelijk in te zetten. Dat doen we binnen de landelijke afspraken voor waterbeheer tijdens droogte.
Zoetwaterbuffer
De droogte houdt aan en de aanvoer van zoet water vanuit de Rijn neemt naar verwachting in augustus nog verder af. Dat betekent dat er een kans bestaat dat minder zoet water beschikbaar komt voor het gebied van Rijnland. Hierdoor stijgt het risico dat we verzilt water moeten inlaten om onze peilen op orde te houden. Een voldoende hoog waterpeil is noodzakelijk voor de stabiliteit van de dijken in het gebied. Het inlaten van verzilt water is schadelijk voor landbouw en natuur.
Om zo goed mogelijk voorbereid te zijn, benutte Rijnland vanaf 29 juli de mogelijkheid om extra zoet water te bufferen in ons gebied. Dat deden we door tijdelijk meer zoet water vast te houden in de Reeuwijkse Plassen en door gebruik te maken van de bergingsmogelijkheid in de waterberging Nieuwe Driemanspolder. Door gebruik te maken van deze zoetwaterbuffer stellen we het moment waarop we mogelijk verzilt water moeten inlaten naar verwachting ongeveer een week tot tien dagen uit. Of en wanneer dat alsnog nodig is, hangt af van de ontwikkeling van de Rijnafvoer, het weer en het waterpeil in de boezem.
Het opbouwen van een extra zoetwaterbuffer is één van de vele maatregelen die Rijnland neemt om de droogte zo goed mogelijk op te vangen. Ook andere waterschappen nemen maatregelen tegen de gevolgen van droogte. Welke maatregelen dat zijn, verschilt per gebied en watersysteem. Elk waterschap kiest maatregelen die op dat moment passend en proportioneel zijn voor de eigen situatie. Daarbij stemmen we onze aanpak onderling af om het beschikbare zoete water zo goed mogelijk te verdelen en in te zetten. Dat doen we binnen de landelijke afspraken voor waterbeheer tijdens droogte.
In juli zijn we heel zuinig omgegaan met het KWA-water dat we ontvangen. Zo spoelen we het boezemsysteem niet meer door, waardoor we al ons water zoveel mogelijk vasthouden. Het waterpeil stond daarom in juli hoger dan normaal (zomerpeil+). Een deel van de buffer die we opbouwden in de Reeuwijkse Plassen en de waterberging Nieuwe Driemanspolder komt direct uit onze eigen boezem. Het andere deel bouwden we op uit KWA-water dat we binnenkrijgen.
In de berging in de Nieuwe Driemanspolder werd tijdelijk 2 miljoen m3 water opgeslagen. In de Reeuwijkse Plassen gaat dat om 250.000 m3 water.
Eind juli was de Rijnafvoer nog zodanig dat Rijnland voldoende KWA-water had om een buffer op te bouwen. De verwachting was dat deze mogelijkheid begin augustus zou afnemen.
Het betekent niet dat een buurwaterschap minder water krijgt. Alle waterschappen krijgen waar zij recht op hebben. Ook stemmen wij onze maatregelen af met de buurwaterschappen die ook gebruikmaken van KWA-water.
De piekberging Haarlemmermeer wordt niet gebruikt voor de opslag van zoet water, omdat deze hier qua locatie minder geschikt voor is. Dat heeft meerdere redenen.
Allereerst is deze berging normaal gesproken geen waterpartij, de berging Nieuwe Driemanspolder en de Reeuwijkse Plassen zijn dit wel. Bij het bergen van water in een nieuwe waterpartij, gaat meer water verloren door verdamping dan bij het opslaan van water in bestaande waterpartijen.
Als tweede ligt de piekberging Haarlemmermeer niet gunstig om zoet water vandaan te halen voor het hele gebied van Rijnland. Hier zou zoet water namelijk via een relatief verzilte vaart weer terug het gebied in stromen, hiermee zou de waterkwaliteit van het opgeslagen water dus verslechteren. Om deze redenen is ervoor gekozen om water op te slaan in de waterberging Nieuwe Driemanspolder en in de Reeuwijkse Plassen.
Inzet zoetwaterbuffer in de Nieuwe Driemanspolder
We zetten een deel van de zoetwaterbuffer in die we eind juli hebben opgebouwd. Daarmee houden we het waterpeil in de boezem op dit moment zoveel mogelijk op niveau. Tegelijk hoeven we minder zoet water in te nemen vanuit de Hollandse IJssel. Zo blijft er langer zoet water beschikbaar en stellen we het moment uit waarop we mogelijk verzilt water moeten inlaten. Vanaf zaterdagmiddag 8 augustus stroomt daarom water uit de waterberging Nieuwe Driemanspolder naar de polder. Vervolgens pompt het poldergemaal ongeveer 2 kubieke meter water per seconde naar het boezemwater van de Starrevaart. We verwachten dat het waterpeil in de berging op zondag 16 augustus weer op normaal niveau is.
We gebruiken alleen de hoeveelheid water die nodig is om het waterpeil in de boezem zoveel mogelijk op niveau te houden.
Het waterpeil in de waterberging zakt niet verder dan het minimale waterpeil dat voor de waterberging geldt.
We verwachten dat het waterpeil in de berging op zondag 16 augustus weer op normaal niveau is.
Dat is op dit moment nog niet nodig. Door gebruik te maken van de zoetwaterbuffer stellen we dat moment naar verwachting uit. Of en wanneer het alsnog nodig is, hangt af van de ontwikkeling van de Rijnafvoer, het weer en de beschikbaarheid van zoet water.
Via de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) komt nog steeds extra zoet water ons gebied binnen. Tegelijkertijd verliezen we door verdamping en watergebruik meer water dan er binnenkomt. Ook stroomt een deel van het beschikbare water door naar andere waterschappen binnen het KWA-systeem. Daarom daalt het waterpeil en zetten we nu een deel van de zoetwaterbuffer in.
Waterberging in de Nieuwe Driemanspolder
De wandelpaden en eilanden in het gebied komen onder water te staan, omdat het peil in de polder met 1.10 meter stijgt, ten opzichte van normaal zomerpeil. De paden zijn daardoor tijdelijk niet toegankelijk en er komen borden te staan. Naar verwachting zijn de wandelpaden na het weekend van 15 en 16 augustus weer toegankelijk. Houdt de bebording op locatie in de gaten.
De berging wordt nu ingezet. Naar verwachting is de zoetwaterbuffer in de waterberging de Nieuwe Driemanspolder op zondag 16 augustus gedaald tot normaal niveau. Er blijft dus water in staan.
De berging Nieuwe Driemanspolder is primair aangelegd om bij extreme neerslag tijdelijk water op te vangen. In deze uitzonderlijke droge situatie benut Rijnland tijdelijk en gecontroleerd de beschikbare ruimte in het gebied om zoet water vast te houden. Daar is de berging in de Nieuwe Driemanspolder er één van.
Ja, we voldoen nog steeds aan de norm voor wateroverlast. Ook als de piekberging vol staat. In de eerste helft van augustus wordt er daarnaast weinig tot geen neerslag verwacht.
De berging Nieuwe Driemanspolder heeft inderdaad meerdere functies. Primair is het een berging die in uitzonderlijke situaties ingezet kan worden door Rijnland. Daarnaast is het gebied ingericht voor recreatie en natuur. De inzet van de berging wordt alleen ingezet als dit niet anders kan, en wordt altijd zorgvuldig afgewogen tegen mogelijke alternatieven en de overlast die de inzet geeft voor recreatie en natuur.
Het water in de berging Nieuwe Driemanspolder is geen officiële zwemlocatie. Rijnland adviseert om alleen op officiële zwemlocaties te zwemmen.
Waterberging in de Reeuwijkse Plassen
Het waterpeil komt 3 centimeter hoger te staan. Daardoor is de doorvaarthoogte onder bruggen iets kleiner. Houd hier rekening mee als u met een boot de plas op gaat. Om het hogere peil mogelijk te maken zijn daarnaast twee tijdelijke pompinstallaties ingezet in Bodegraven. Deze staan langs de A12 nabij het Nespad en bij de Vlietkade.
Het verhogen van het peil gebeurt binnen de marges van de Nota peilbeheer. In deze nota staat vastgelegd wat de maximale en minimale hoogte van het waterpeil mag zijn. Deze schommeling van het waterpeil valt onder regulier peilbeheer.
Doorgang Leidsevaart niet mogelijk
De duur van de maatregel hangt af van de ontwikkeling van de droogte, de hoeveelheid neerslag en de afvoer van de Rijn. Rijnland beoordeelt de situatie voortdurend en past maatregelen aan wanneer de omstandigheden daarom vragen.
Het schot wordt geplaatst om de verdere verspreiding van zouter water richting de Bollenstreek te voorkomen. Met deze maatregel beschermt Rijnland de beschikbaarheid van zoet water voor de bollenteelt, natuur en andere gebruikers in het gebied.
Doordat we het schot plaatsen blijft het water achter het schot langer zoet en daardoor langer bruikbaar voor het behoud van de natuurgebieden, de bollenteelt en andere doeleinden.
Rijnland neemt maatregelen om verzilting zo lang mogelijk te beperken en schade aan landbouw en natuur te voorkomen. Ook andere maatregelen, zoals het bufferen van zoet water, zijn erop gericht om te voorkomen dat verzilt water moet worden ingelaten.
Zonder deze maatregel kan zouter water zich verder verspreiden richting de Bollenstreek. Zouter water heeft negatieve gevolgen voor landbouw, natuur en andere gebruikers in het gebied.
Voor nu nog niet. Rijnland beoordeelt de situatie voortdurend en past maatregelen aan wanneer de omstandigheden daarom vragen.
Beschikbaarheid van zoet water
Op dit moment ontvangt Rijnland via de KWA en DKW de maximale aanvoer van 15 m³ per seconde. Daarmee kan Rijnland voldoen aan de huidige watervraag van ons gebied. De watervraag is de optelsom van al het water dat verdampt en wordt gebruikt door natuur, landbouw, inwoners en bedrijven. Ook kan Rijnland dankzij deze extra aanvoer verzilting beperken.
De KWA heeft ons de afgelopen jaren zeer goed geholpen. Hadden we de KWA niet gehad, dan hadden we afgelopen jaren al verzilt water moeten inlaten, met alle gevolgen voor de diverse functies van dien. De KWA is de afgelopen jaren aangezet in 2018, 2022, 2025 en nu in 2026. Eerder is hij aangezet in 2003 en 2011.
Ja, dat kan als de afvoer van de Rijn lang laag blijft en neerslag uitblijft. Landelijk worden er dan keuzes gemaakt over de verdeling van het beschikbare zoete water in de grote rivieren.
In dat scenario zou het kunnen dat de hoeveelheid water die via KWA beschikbaar is voor Rijnland wordt verminderd. Daardoor neemt het risico op verzilting in ons gebied verder toe. Op dit moment ontvangt Rijnland 15 m³ per seconde via de KWA. Er is nu nog geen sprake van een beperking van deze aanvoer. Wel legt Rijnland waar mogelijk een buffer aan van zoet water om een beperkte beschikbaarheid langer op te vangen.
Besluiten over landelijke waterverdeling worden genomen op basis van de actuele situatie. Rijkswaterstaat, de landelijke waterpartners en de regionale waterbeheerders monitoren de ontwikkelingen voortdurend. Als er een besluit wordt genomen dat impact heeft op het gebied van Rijnland informeren we u daarover.
Daarvoor gelden landelijke afspraken. Bij toenemende schaarste wordt gewerkt volgens de wettelijke verdringingsreeks. Die bepaalt welke belangen voorrang krijgen als niet aan alle watervraag kan worden voldaan. Als we op een gegeven moment, vaak bij zeer lage Rijnafvoeren, te maken krijgen met (nog) minder water, dan krijgen de grootste maatschappelijke belangen voorrang (denk aan drinkwater en stabiliteit keringen).
Sluizen Spaardam
Elke keer dat een sluis opengaat (schutten) kan verzilt water uit het Noordzeekanaal het Rijnlandse watersysteem binnenkomen. Door minder te schutten wordt de instroom van verzilt water beperkt en blijft het zoutgehalte in ons gebied water lager. Ook dringt verzilt water dankzij deze maatregelen minder ver het gebied in. Hiermee beschermen we natuur en landbouw die gevoelig is voor verzilting.
Bekijk ook de video: Sluiswachter Kees aan het woord over verzilting
Rijnland deelt de actuele informatie met vaarweginformatie.nl van Rijkswaterstaat. Zij informeren alle vaarweggebruikers. Ook delen we de schutbeperkingen via rijnland.nl, via onze social media-kanalen, lokaal bij de sluis via borden, posters en flyers én met omringende jachthavens en stakeholders. Als er een besluit wordt genomen om nog beperkter te schutten, streven we ernaar dit enkele dagen van tevoren te communiceren. We kunnen dit echter niet garanderen. Als de situatie erom vraagt, kan het nodig is zijn om een maatregel sneller te laten ingaan. Houdt daarom onze website en onze sociale media in de gaten.
Kade-inspecties en waterveiligheid
Door langdurige droogte kan de bodem uitdrogen. Daardoor kunnen in sommige dijken en kades scheuren ontstaan. Rijnland controleert daarom ongeveer 265 km waterkeringen om eventuele problemen vroegtijdig te signaleren.
Nee. De extra inspecties zijn een voorzorgsmaatregel. Er is op dit moment geen sprake van acute veiligheidsproblemen. Juist door regelmatig te controleren kan Rijnland snel handelen als dat nodig is.
Scheuren betekenen niet automatisch dat een dijk of kade onveilig is. Specialisten beoordelen de situatie ter plaatse. Waar nodig worden maatregelen genomen, zoals extra monitoring, herstelwerkzaamheden of aanvullende inspecties.
Een waterkering bestaat uit grond en klei. Tijdens een lange droge periode kan de bodem krimpen doordat vocht verdampt. Hierdoor kunnen scheuren ontstaan in de bovenlaag van een dijk of kade. Dat vraagt om extra aandacht van de beheerder.
Rijnland richt zich vooral op waterkeringen waarvan bekend is dat ze gevoelig zijn voor droogte. Op basis van inspecties en actuele omstandigheden wordt bepaald waar extra controles nodig zijn.
Het besproeien van dijken lijkt op het eerste gezicht een logische maatregel. In de praktijk kiest Rijnland hier op dit moment niet voor. Ons gebied bevat meer dan 1.200 kilometers dijken en kades. Het grootschalig bevochtigen daarvan vraagt veel water, materieel en inzet, terwijl het effect vaak tijdelijk is tijdens warm en droog weer. Daarnaast is het zoete water dat nu beschikbaar is schaars. Wanneer dit wordt gebruikt voor het nathouden van de dijken verdampt dit water. Hierdoor kan het niet meer gebruikt worden om het water op peil te houden.
Bij droogte zetten wij daarom vooral in op extra inspecties en monitoring van droogtegevoelige waterkeringen.
Inwoners
De drinkwatervoorziening is nu niet in gevaar. Ook wordt het zoutgehalte in drinkwater niet hoger. Drinkwaterbedrijven zijn verantwoordelijk voor de productie en levering van drinkwater.
De gevolgen van droogte zijn niet altijd direct zichtbaar voor inwoners. In het gebied van Rijnland zien we het waterpeil niet zakken, zoals dat in de grote rivieren is te zien. Het is belangrijk om het water op peil te houden voor de stevigheid van onze oevers en dijken. Een te laag waterpeil kan daarnaast zorgen voor schade aan gewassen en veenoxidatie. Het grootste risico is dat het water in ons gebied verzilt. Verzilting is schadelijk voor natuur en landbouwgewassen. Ook kan de waterkwaliteit slechter worden door de warmte, er is dan bijvoorbeeld vaker blauwalg.
Op dit moment gelden er geen beperkingen op watergebruik voor inwoners. Wel vraagt Rijnland inwoners om heel bewust om te gaan met drinkwater. Bekijk alles waterbesparingstips via drinkwaterbedrijf Dunea: Waterbewust
Bekijk de vraag over waarom wij geen beregeningsverbod hebben voor meer informatie.
Op dit moment gelden er geen beperkingen op watergebruik voor inwoners. Wel vraagt Rijnland inwoners om heel bewust om te gaan met drinkwater. Bekijk alles waterbesparingstips via drinkwaterbedrijf Dunea: Waterbewust
Zwemmen in meren en plassen is nog mogelijk. Wel zien we in steeds meer meren en plassen blauwalg en een slechtere waterkwaliteit. We adviseren zwemmers aan om alleen te zwemmen op officiële zwemwaterlocaties. De actuele waterkwaliteit van zwemwaterlocaties is terug te vinden op www.zwemwater.nl.
Landbouw
Voor landbouw is voldoende zoet water essentieel. Toenemende verzilting kan gevolgen hebben voor gewassen die gevoelig zijn voor het zoutgehalte in het water. De kwaliteit of de opbrengst van het product kan dan achteruitgaan. Daarom probeert Rijnland zo lang mogelijk om verzilting te beperken.
Beregenen van gewassen met de hoge zoutconcentraties kan zoutschade van het blad geven (bladverbranding) en de groei verminderen doordat de fotosynthese wordt verstoord. Te hoge zoutconcentraties in de wortelzone kan leiden tot schade aan wortels en daardoor droogte verschijnselen omdat de plant onvoldoende vocht op kan nemen.
In enkele gebieden staan waterstanden onder druk, of is het risico op verzilting groter. Bijvoorbeeld in bepaalde delen van Boskoop. Hier wordt extra zoet water aangevoerd via alternatieve routes.
Op dit moment niet. Als omstandigheden veranderen, wordt bekeken of er aanvullende maatregelen nodig zijn.
Dan neemt de druk op het Rijnlandse watersysteem verder toe. Het risico op verzilting wordt groter en er kan mogelijk minder water beschikbaar zijn voor verschillende functies. Op dit moment is daarvan nog geen sprake.
Er is goed contact met de sector en we nemen hen mee in de besluiten die worden genomen. Rijnland heeft een denktank opgestart waarin we in gesprek gaan met vertegenwoordigers van de landbouwsector. Zo kunnen we gezamenlijk kijken naar de grootste knelpunten en mogelijke maatregelen.
Natuur
Door droogte dalen waterstanden en stijgt de watertemperatuur. Ook kan water verzilten. Hier kunnen planten en dieren veel last van hebben. Sommige natuur kan beter tegen verzilt water dan het andere. Dit hangt ook samen met de lengte van de periode waarin de natuur wordt blootgesteld aan het verzilte water. Daarom proberen wij zo lang mogelijk voor voldoende zoet te zorgen in ons watersysteem.
Een te hoog zoutgehalte kan schadelijk zijn voor waterplanten. Afhankelijk van de concentratie kunnen ze niet meer goed groeien of zelfs afsterven.
Warmere watertemperaturen en lagere zuurstofgehalten vergroten dat risico. Daarnaast is er op dit moment niet voldoende zoet water om het water in gebieden met blauwalg of lage zuurstofgehaltes te verversen (doorspoelen). Lees meer over het melden van blauwalg of dode dieren.
Rijnland heeft vertegenwoordigers van natuurorganisaties uitgenodigd voor een denktank. Zo kunnen we gezamenlijk kijken naar de grootste knelpunten en mogelijke maatregelen.