Vragen en antwoorden droogte 2026
In de zomer van 2026 heeft heel Nederland te maken met droogte. Door hoge temperaturen en weinig neerslag is de verdamping groter dan de hoeveelheid regen. Ook voert de Rijn minder zoet water aan. In de vragen en antwoorden hieronder lees je meer over de droogtesituatie.
Laatste update: 16 juli 2026.
Algemeen
Op dit moment hebben we te maken met een uitzonderlijk droge situatie. Door de aanhoudende droogte en de lage afvoer van de Rijn is er minder aanvoer van zoet water in Nederland. Daardoor neemt in West-Nederland het risico op verzilting toe. Bij verzilting loopt het zoutgehalte in zoet water op. Rijnland neemt daarom extra maatregelen om verzilting te beperken en voldoende zoet water beschikbaar te houden voor inwoners, natuur, landbouw en bedrijven. Via de tijdlijn op rijnland.nl kun je alle genomen maatregelen teruglezen.
Rijnland publiceert bij droogte ook een zomermonitor, waarin bijzonderheden zijn opgenomen over onder andere verdamping, waterpeil, chloridegehalte en zwemwaterkwaliteit. In de zomermonitor lees je het actuele beeld én de verwachte ontwikkeling qua weer en Rijnafvoer voor de komende periode.
Door klimaatverandering zien we steeds vaker drogere en nattere perioden en andere vormen van extreem weer in Nederland. Klimaatverandering gaat sneller dan we dachten en de gevolgen worden steeds zichtbaarder. De afgelopen jaren hebben we ook te maken gehad met het fenomeen ‘droogte'. Het KNMI heeft berekend dat in het jaar 2100 een extreem droog jaar, zoals zich in 2018 heeft voorgedaan, dan bijna elk jaar optreedt.
Het landelijke neerslagtekort is in juli 2026 opgelopen tot boven de 200 millimeter, vergelijkbaar met het droge jaar 2018. Ook is de afvoer van de Rijn erg laag.
Op dit moment hebben we dus te maken met een uitzonderlijk droge situatie. Rijnland neemt de situatie serieus en handelt hiernaar. Daarom worden er nu maatregelen genomen en meerdere scenario’s uitgewerkt voor het geval de droogte aanhoudt. De huidige situatie is nog beheersbaar, maar blijft afhankelijk van verdere ontwikkelingen in de droogte en de rivierafvoer.
Als de droogte aanhoudt en de Rijnafvoer laag blijft, is het grootste risico dat het zoutgehalte van het water in ons gebied oploopt (verzilting). Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Rijnland bereidt zich voor op dit scenario, kijkt welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om verzilting te beperken en blijft de situatie dagelijks beoordelen.
Bij verzilting loopt het zoutgehalte (chloridegehalte) in het zoete water op. Hiermee wordt het water dus iets zouter. Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Ter vergelijking: zeewater bevat ongeveer 19.000 mg zout per liter. Verzilt water bevat veel minder zout dan zeewater. Afhankelijk van de mate van verzilting bevat verzilt water bijvoorbeeld een zoutgehalte van 400-3.000 mg per liter.
Helaas niet. De neerslag is welkom maar dat betekent niet dat de droogte voorbij is. Het landelijke neerslagtekort is opgelopen tot meer dan 200 mm, met een regenbui neemt het neerslagtekort maar met enkele millimeters af. De natuur en waterkwaliteit staan dus ook na een bui nog steeds onder druk.
Rijnland bereidt zich ieder jaar voor op droge perioden. We hebben maatregelen en draaiboeken klaarstaan voor situaties waarin de aanvoer van zoet water onder druk komt te staan. Ook hebben we bij de meest recente grote buien zoveel mogelijk water vastgehouden, om dit later op natuurlijke wijze te kunnen laten verdampen.
Tegelijkertijd is iedere droge periode anders. Waterbeheerders zijn afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, de lengte van de droge periode en de afvoer van de Rijn. Op dit moment hebben we te maken met een uitzonderlijk droge situatie. In extreme situaties kan het voorkomen dat de maatregelen niet voldoende zijn om steeds verdere verzilting van Rijnlands gebied te voorkomen.
Rijnland werkt intensief samen met Rijkswaterstaat, andere waterschappen en drinkwaterbedrijven om het beschikbare zoete water zo goed mogelijk te verdelen. Ook vragen we vertegenwoordigers uit de landbouw en van natuurorganisaties om mee te denken.
Water stopt niet bij bestuurlijke grenzen. Besluiten over de verdeling van zoet water hebben gevolgen voor meerdere regio's. Daarom vindt afstemming plaats op regionaal en landelijk niveau.
Beschikbaarheid van zoet water
Op dit moment ontvangt Rijnland via de KWA en DKW de maximale aanvoer van 15 m³ per seconde. Daarmee kan Rijnland voldoen aan de huidige watervraag van ons gebied. De watervraag is de optelsom van al het water dat verdampt en wordt gebruikt door natuur, landbouw, inwoners en bedrijven. Ook kan Rijnland dankzij deze extra aanvoer verzilting beperken.
De KWA heeft ons de afgelopen jaren zeer goed geholpen. Hadden we de KWA niet gehad, dan hadden we afgelopen jaren al verzilt water moeten inlaten, met alle gevolgen voor de diverse functies van dien. De KWA is de afgelopen jaren aangezet in 2018, 2022, 2025 en nu in 2026. Eerder is hij aangezet in 2003 en 2011.
Ja, dat kan als de afvoer van de Rijn lang laag blijft en neerslag uitblijft. Landelijk worden er dan keuzes gemaakt over de verdeling van het beschikbare zoete water in de grote rivieren.
In dat scenario zou het kunnen dat de hoeveelheid water die via KWA beschikbaar is voor Rijnland wordt verminderd. Daardoor neemt het risico op verzilting in ons gebied verder toe. Op dit moment ontvangt Rijnland 15 m³ per seconde via de KWA. Er is nog geen sprake van een beperking van deze aanvoer.
Besluiten over landelijke waterverdeling worden genomen op basis van de actuele situatie. Rijkswaterstaat, de landelijke waterpartners en de regionale waterbeheerders monitoren de ontwikkelingen voortdurend. Als er een besluit wordt genomen dat impact heeft op het gebied van Rijnland informeren we u daarover.
Daarvoor gelden landelijke afspraken. Bij toenemende schaarste wordt gewerkt volgens de wettelijke verdringingsreeks. Die bepaalt welke belangen voorrang krijgen als niet aan alle watervraag kan worden voldaan. Als we op een gegeven moment, vaak bij zeer lage Rijnafvoeren, te maken krijgen met (nog) minder water, dan krijgen de grootste maatschappelijke belangen voorrang (denk aan drinkwater en stabiliteit keringen).
Maatregelen Rijnland
De actuele maatregelen zijn te bekijken via de tijdlijn op rijnland.nl.
We hebben voldoende water nodig in ons gebied, zo houden we onze dijken stevig. Veendijken in ons gebied zijn gevoelig voor droogte. Ze hebben water nodig om stabiel te blijven. Een te laag waterpeil kan daarnaast zorgen voor schade aan gewassen en veenoxidatie. Om het water op peil te houden, zijn we afhankelijk van neerslag en de wateraanvoer van de Rijn. Als dit achterblijft, is het lastiger om het water op peil te houden met zoet water.
Daarnaast willen we vermijden dat we verzilt water moeten binnenlaten of dat water in ons gebied verzilt door zoute kwel. Verzilt water kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Om voldoende zoet water aan te voeren is een voorziening als de KWA belangrijk.
Elke keer dat een sluis opengaat (schutten) kan verzilt water uit het Noordzeekanaal het Rijnlandse watersysteem binnenkomen. Door minder te schutten wordt de instroom van verzilt water beperkt en blijft het zoutgehalte in ons gebied water lager. Ook dringt verzilt water dankzij deze maatregelen minder ver het gebied in. Hiermee beschermen we natuur en landbouw die gevoelig is voor verzilting.
Bekijk ook de video: Sluiswachter Kees aan het woord over verzilting
Rijnland deelt de actuele informatie met vaarweginformatie.nl van Rijkswaterstaat. Zij informeren alle vaarweggebruikers. Ook delen we de schutbeperkingen via rijnland.nl, via onze social media kanalen, lokaal bij de sluis via borden, posters en flyers én met omringende jachthavens en stakeholders.
Kade-inspecties en waterveiligheid
Door langdurige droogte kan de bodem uitdrogen. Daardoor kunnen in sommige dijken en kades scheuren ontstaan. Rijnland controleert daarom ongeveer 265 km waterkeringen om eventuele problemen vroegtijdig te signaleren.
Nee. De extra inspecties zijn een voorzorgsmaatregel. Er is op dit moment geen sprake van acute veiligheidsproblemen. Juist door regelmatig te controleren kan Rijnland snel handelen als dat nodig is.
Scheuren betekenen niet automatisch dat een dijk of kade onveilig is. Specialisten beoordelen de situatie ter plaatse. Waar nodig worden maatregelen genomen, zoals extra monitoring, herstelwerkzaamheden of aanvullende inspecties.
Een waterkering bestaat uit grond en klei. Tijdens een lange droge periode kan de bodem krimpen doordat vocht verdampt. Hierdoor kunnen scheuren ontstaan in de bovenlaag van een dijk of kade. Dat vraagt om extra aandacht van de beheerder.
Rijnland richt zich vooral op waterkeringen waarvan bekend is dat ze gevoelig zijn voor droogte. Op basis van inspecties en actuele omstandigheden wordt bepaald waar extra controles nodig zijn.
Inwoners
De drinkwatervoorziening is nu niet in gevaar. Ook wordt het zoutgehalte in drinkwater niet hoger. Drinkwaterbedrijven zijn verantwoordelijk voor de productie en levering van drinkwater.
De gevolgen van droogte zijn niet altijd direct zichtbaar voor inwoners. In het gebied van Rijnland zien we het waterpeil niet zakken, zoals dat in de grote rivieren is te zien. Het is belangrijk om het water op peil te houden voor de stevigheid van onze oevers en dijken. Een te laag waterpeil kan daarnaast zorgen voor schade aan gewassen en veenoxidatie. Het grootste risico is dat het water in ons gebied verzilt. Verzilting is schadelijk voor natuur en landbouwgewassen. Ook kan de waterkwaliteit slechter worden door de warmte, er is dan bijvoorbeeld vaker blauwalg.
Op dit moment gelden er geen beperkingen op watergebruik voor inwoners. Wel vraagt Rijnland inwoners om heel bewust om te gaan met drinkwater. Bekijk alles waterbesparingstips via drinkwaterbedrijf Dunea: Waterbewust
Op dit moment gelden er geen beperkingen op watergebruik voor inwoners. Wel vraagt Rijnland inwoners om heel bewust om te gaan met drinkwater. Bekijk alles waterbesparingstips via drinkwaterbedrijf Dunea: Waterbewust
Zwemmen in meren en plassen is nog mogelijk. Wel zien we in steeds meer meren en plassen blauwalg en een slechtere waterkwaliteit. We adviseren zwemmers aan om alleen te zwemmen op officiële zwemwaterlocaties. De actuele waterkwaliteit van zwemwaterlocaties is terug te vinden op www.zwemwater.nl.
Landbouw
Voor landbouw is voldoende zoet water essentieel. Toenemende verzilting kan gevolgen hebben voor gewassen die gevoelig zijn voor het zoutgehalte in het water. De kwaliteit of de opbrengst van het product kan dan achteruitgaan. Daarom probeert Rijnland zo lang mogelijk om verzilting te beperken.
In enkele gebieden staan waterstanden onder druk, of is het risico op verzilting groter. Bijvoorbeeld in bepaalde delen van Boskoop. Hier wordt extra zoet water aangevoerd via alternatieve routes.
Op dit moment niet. Als omstandigheden veranderen, wordt bekeken of er aanvullende maatregelen nodig zijn.
Dan neemt de druk op het Rijnlandse watersysteem verder toe. Het risico op verzilting wordt groter en er kan mogelijk minder water beschikbaar zijn voor verschillende functies. Op dit moment is daarvan nog geen sprake.
Er is goed contact met de sector en we nemen hen mee in de besluiten die worden genomen. Rijnland heeft een denktank opgestart waarin we in gesprek gaan met vertegenwoordigers van de landbouwsector. Zo kunnen we gezamenlijk kijken naar de grootste knelpunten en mogelijke maatregelen.
Natuur
Door droogte dalen waterstanden en stijgt de watertemperatuur. Ook kan water verzilten. Hier kunnen planten en dieren veel last van hebben. Sommige natuur kan beter tegen verzilt water dan het andere. Dit hangt ook samen met de lengte van de periode waarin de natuur wordt blootgesteld aan het verzilte water. Daarom proberen wij zo lang mogelijk voor voldoende zoet te zorgen in ons watersysteem.
Warmere watertemperaturen en lagere zuurstofgehalten vergroten dat risico. Daarnaast is er op dit moment niet voldoende zoet water om het water in gebieden met blauwalg of lage zuurstofgehaltes te verversen (doorspoelen).
Rijnland heeft vertegenwoordigers van natuurorganisaties uitgenodigd voor een denktank. Zo kunnen we gezamenlijk kijken naar de grootste knelpunten en mogelijke maatregelen.