Handhavers van het Hoogheemraadschap van Rijnland en Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) hebben op dinsdag 12 mei gezamenlijk een inventarisatiedag uitgevoerd in de Meeslouwpolder bij Stompwijk.
Tijdens deze dag zijn sloten in en rond het glastuinbouwgebied bij Stompwijk onderzocht met behulp van een nitraatmeter. Hoge nitraatwaarden wijzen op vervuild water dat vanuit een kas de sloot in stroomt. Dit vervuilde water kan sporen van gewasbeschermingsmiddelen bevatten. Bedrijven waarbij een lozing of lekkage is geconstateerd, worden geselecteerd voor een bedrijfscontrole op een later moment.
Waarom extra toezicht?
Het oppervlaktewater in Nederland moet voldoen aan de Europese normen voor waterkwaliteit: de Kaderrichtlijn Water (KRW). Rijnland meet daarom maandelijks de waterkwaliteit op vaste meetlocaties. Er wordt gemeten of er niet te veel gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen in het water zitten.
Bij het glastuinbouwgebied in de Meeslouwpolder zijn in 2024 en 2025 meerdere overschrijdingen gemeten van gewasbeschermingsmiddelen, waaronder acetamiprid, carbendazim (verboden middel), cyazofamide en pendimethalin. Deze resultaten zijn aanleiding voor extra toezicht.
Gezamenlijke aanpak
De aanpak bestaat uit drie onderdelen:
- Drone-inspectie waarbij met warmtebeeldcamera mogelijke lozingen of lekkages in beeld zijn gebracht.
- Inventarisatiedag op 12 mei waarbij extra meetgegevens zijn verzameld door het nitraatgehalte te meten in de sloten.
- Bedrijfscontroles bij geselecteerde bedrijven op basis van de verzamelde gegevens.
Tijdens de bedrijfsbezoeken controleren Rijnland en ODH gezamenlijk op mogelijke lozingen en lekkages via de bodem van drain- en drainagewater. Op grond van de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt de middelenkast onderzocht en wordt de spuitregistratie opgevraagd. Als lozingen of lekkages worden geconstateerd wordt er handhavend opgetreden. Afhankelijk van de overtreding kan dat bijvoorbeeld een waarschuwingsbrief of een dwangsom zijn.
“Door op meerdere plekken te meten en te kijken, krijgen we beter zicht op waar het misgaat. Zo brengen we mogelijke bronnen in beeld en kunnen we gerichter vervolgcontroles uitvoeren.”