Veelgestelde vragen grondwateronttrekkingen
Bij grondwateronttrekkingen zijn er vaak veel vragen. Welke regels gelden hiervoor en hoe wordt voorkomen dat er schade optreedt? Wat is monitoring en hoe wordt dit uitgevoerd? Wat kan ik doen als ik het oneens ben met een grondwateronttrekking? Met onderstaand overzicht proberen wij op de meest gangbare vragen antwoorden te geven.
Veelgestelde vragen
De regels voor grondwateronttrekkingen zijn er om schade te voorkomen aan de omgeving. Een te lage grondwaterstand kan bijvoorbeeld verzakkingen en schade aan bebouwing veroorzaken, ervoor zorgen dat grondwaterverontreinigingen zich verspreiden of leiden tot het uitputten van zoete grondwatervoorraad.
Voor de meeste, veelvoorkomende grondwateronttrekkingen is het waterschap bevoegd om regels te bepalen. Alleen bij onttrekkingen voor grotere industriële toepassingen en onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening is de provincie en in sommige gevallen het Rijk bevoegd.
Rijnland heeft zijn regels voor grondwateronttrekkingen opgeschreven in de Waterschapsverordening De Rijnlandse Keur (te vinden via https://lokaleregelgeving.overheid.nl). In hoofdstuk 12 van deze verordening staan de regels over het onttrekken (en retourneren en infiltreren) van grondwater.
Nee, niet alle grondwateronttrekkingen waarvoor Rijnland de regels opstelt vallen onder de vergunningplicht. Vaak geldt bij lagere ‘debieten’ alleen een meldplicht. Deze meldingen wordt niet gepubliceerd.
Het debiet is de hoeveelheid water die een bepaald punt op een bepaald moment passeert – of in dit geval de hoeveelheid water die via een bepaald punt wordt onttrokken. Een debiet van 90 m3/minuut betekent dat er elke minuut 90 m3 (90.000 liter) water kan worden verpompt (verplaatst); bij lagere debieten gaat het dus vooral om kleine onttrekkingen. Iemand die een kleinere onttrekking wil doen, hoeft dit dus vaak alleen te melden bij Rijnland.
Wilt u toch meer weten over een grondwateronttrekking in uw omgeving, stuur dan een e-mail naar vergunningen@rijnland.net en geef aan dat u informatie wilt over een grondwateronttrekking. Probeer ook zo duidelijk mogelijk de locatie aan te geven (het liefst met een kaartje) en andere informatie die u weet. Zo kunnen wij een onttrekking zo makkelijk mogelijk terugvinden.
Aanvragen en afgegeven vergunningen voor grondwateronttrekkingen zijn te vinden via https://www.officielebekendmakingen.nl/. Bij Rijnland ingediende aanvragen en door Rijnland afgegeven vergunningen staan in het Waterschapsblad.
Stuur een e-mail naar vergunningen@rijnland.net, geef aan wat u precies wilt weten en vermeld hierbij het zaaknummer van de vergunning. Dit is vaak iets in de vorm van bijvoorbeeld 654321.
U kunt eerst een e-mail sturen naar vergunningen@rijnland.net en navragen of het klopt dat er grondwater wordt onttrokken zonder vergunning, terwijl deze wel verplicht is.
Als u vermoedt dat er een illegale grondwateronttrekking wordt uitgevoerd dan kunt u ook een handhavingsverzoek indienen via Handhavingsverzoek - Hoogheemraadschap van Rijnland. Als er inderdaad sprake is van een illegale grondwateronttrekking dan kan een handhaver van Rijnland de onttrekking stilleggen. Ook krijgt diegene die de onttrekking illegaal uitvoert vaak een waarschuwing en/of een boete.
Dit worden de indieningsvereisten genoemd. Hieronder vallen:
- Een bemalingsadvies: dit is een document waarin meestal door een modellering wordt aangetoond wat de effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zijn. Er wordt dan vooral gekeken naar mogelijke schadelijke effecten;
- Een bemalingsplan: dit is een document waarin staat hoe de grondwateronttrekking werkelijk wordt uitgevoerd;
- Een monitoringsplan: dit is een document waarin staat hoe de grondwatermonitoring wordt uitgevoerd;
- Een m.e.r.-beoordelingsnotitie: dit is een document waarin staat wat de milieueffecten van de grondwateronttrekking zijn op de omgeving. Hierop neemt het waterschap, na beoordeling, een zogenoemd m.e.r.-beoordelingsbesluit waarin staat dat er geen volledige m.e.r.-beoordeling doorlopen hoeft te worden.
Als de vergunningverleners van Rijnland vinden dat bepaalde documenten niet van voldoende kwaliteit zijn of als zij meer informatie nodig hebben dan vragen wij de aanvrager om dit aan te passen of aan te leveren.
Nee, u kunt alleen bezwaar maken tegen een grondwateronttrekking als hiervoor een vergunning is verleend. U kunt geen bezwaar maken tegen een grondwateronttrekking waarvoor een melding is gedaan. Dit komt omdat u alleen in bezwaar kunt tegen een vergunning en niet tegen een melding. U kunt ook geen bezwaar maken tegen de aanvraag om een vergunning te verlenen. U moet dan wachten tot de vergunning is verleend.
U kunt op twee manieren een bezwaarschrift indienen:
- Op papier. Het adres is: dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland, Postbus 156, 2300 AD Leiden. Schijf bovenaan de brief en op de envelop: “Bezwaarschrift”.
- Digitaal via het digitaal loket ‘Mijn Rijnland’ op onze website: www.rijnland.net. Daarvoor heeft u wel een elektronische handtekening nodig: DigiD voor particulieren, of eHerkenning voor bedrijven.
Meer informatie over bezwaar maken vindt u in de vergunning waartegen u bezwaar wilt maken, onder “Bezwaar maken” en op onze website: www.rijnland.net/bezwaar.
Voordat u een bezwaarschrift indient, kunt u ook contact opnemen met het Klantcontacttteam: (071) 306 34 94. U kunt zo meer uitleg krijgen over de vergunning waarmee u het niet eens bent en over het eventueel indienen van een bezwaarschrift.
In uw bezwaarschrift staat minimaal:
- Uw naam en adres
- De datum van uw bezwaarschrift
- Het nummer van de vergunning waartegen u bezwaar maakt. U kunt ook een kopie van die vergunning bijvoegen
- De reden(en) waarom u het niet eens bent met de vergunning
- Uw handtekening
U moet ook een machtiging toevoegen als u een bezwaarschrift schrijft namens iemand anders.
U kunt ook pro forma bezwaar maken. U laat dan op tijd weten dat u het niet eens bent met de vergunning. De reden(en) waarom u het niet eens bent voert u dan later aan. Rijnland stuurt u daarover een brief.
Meer informatie over bezwaar maken vindt u in de vergunning waartegen u bezwaar wilt maken, onder “Bezwaar maken” en op onze website: www.rijnland.net/bezwaar.
U heeft beperkt de tijd om bezwaar te maken. U moet uw bezwaarschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop het besluit om een vergunning te verlenen, bekend is gemaakt. Dit bekendmaken gebeurt door het toezenden of uitreiken van de vergunning aan de aanvrager. Dan start ook de termijn van zes weken om bezwaar te maken. Die bezwaartermijn start dus niet op het moment dat de vergunning in het Waterschapsblad wordt gepubliceerd. In die publicatie staat wel de uiterste datum waarop u een bezwaarschrift kunt indienen.
U ontvangt een schriftelijke ontvangstbevestiging van uw bezwaar. Rijnland werkt met een onafhankelijke commissie, de Bezwaarschriftencommissie Rijnland, die Rijnland adviseert over de bezwaarschriften. De Bezwaarschriftencommissie Rijnland behandelt uw bezwaarschrift en communiceert hierover met u. Uw bezwaar wordt in beginsel behandeld in een hoorzitting bij Rijnland (Archimedesweg 1, Leiden). Er wordt geadviseerd bij deze hoorzitting aanwezig te zijn.
Meer informatie over de procedure en de werkwijze van de Bezwaarschriftencommissie Rijnland vindt u op onze website: www.rijnland.net/bezwaar (onder “Ik heb een bezwaarschrift ingediend, hoe gaat het nu verder?”).
Meer informatie over de Bezwaarschriftencommissie Rijnland zelf vindt u op onze website: Bezwaarschriftencommissie - Hoogheemraadschap van Rijnland.
Zoals hiervoor uitgelegd (zie Kan ik bezwaar maken tegen iedere grondwateronttrekking?) kunt u alleen bezwaar maken tegen een grondwateronttrekking waarvoor een vergunning is verleend.
Het indienen van uw bezwaar tegen een vergunning betekent niet dat de onttrekking onmiddellijk moet stoppen. Zolang uw bezwaarschrift bij ons in behandeling is, blijft de vergunning namelijk geldig. Vindt u dat de gevolgen van de vergunning voor u zo groot zijn dat u de uitkomst van de bezwaarprocedure niet kunt afwachten? Dan kunt u de rechter vragen een ‘voorlopige voorziening’ te treffen. U vraagt daarmee om de werking van de vergunning tijdelijk te stoppen.
U vraagt om een voorlopige voorziening bij de Rechtbank Den Haag (sector bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH te Den Haag). Particulieren kunnen ook digitaal vragen om een voorlopige voorziening. Dit kan via loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor heeft u wel een elektronische handtekening (DigiD) nodig.
Het aanvragen van een voorlopige voorziening kost u geld, en u kunt alleen een voorlopige voorziening vragen nadat u bezwaar heeft gemaakt. De rechter oordeelt of de werking van de vergunning tijdelijk wordt gestopt.
Er is een verschil tussen monitoring en toezicht. Voor bijna alle vergunningsplichtige onttrekkingen neemt het waterschap een monitoringsplicht op. Vaak gebeurt dit ook voor de meldingsplichtige grondwateronttrekkingen. Dit betekent dat de initiatiefnemer zelf moet zorgen voor monitoring.
In de meeste gevallen ziet de monitoringsplicht op het onttrekkingsdebiet (wordt er niet meer grondwater onttrokken dan mag volgens de vergunning) en monitoringspeilbuizen (wordt de grondwaterstand niet verder verlaagd dan mag volgens de vergunning).
Daarnaast kan er een plicht worden opgelegd tot monitoring met meetbouten. Met deze bouten kan tijdens de onttrekking bijgehouden worden hoeveel zetting er plaatsvindt. Zetting is het samendrukken van de grond door de onttrekking. Een perceel of een gebouw kan last hebben van deze zetting. Vooraf wordt bepaald welke zetting acceptabel is, bijvoorbeeld tot 5 mm zetting. Is er meer dan 5 mm zetting, dan moeten er maatregelen worden genomen.
Nog een andere vorm van monitoring is het maken van interne (binnenhuis) of externe (buitenhuis) vooropnamen. Dit betekent dat er foto’s moeten worden genomen. Daarmee wordt de situatie voor de onttrekking in beeld gebracht en kan indien nodig worden aangetoond dat er nieuwe scheuren zijn ontstaan na een onttrekking. Of de onttrekking ook echt de oorzaak is van nieuwe scheuren is vaak wel iets dat nog verder moet worden onderzocht.
Naast monitoring kan toezicht plaatsvinden. Toezicht is een taak van Rijnland. Rijnlands capaciteit is niet onbeperkt. Het is gelet op het totaal aantal activiteiten die monitoring en toezicht vereisen onmogelijk voor Rijnland om op alle vergunde of gemelde grondwateronttrekkingen toezicht te houden. Toezichthouders/handhavers bepalen daarom zelf aan de hand van hun prioritering waar ze toezicht houden. Dit doen zij aan de hand van mogelijke risico’s die zij voorzien bij bepaalde vergunningen en meldingen. Daarnaast geven vergunningverleners vaak aan de toezichthouders/handhavers door welke onttrekkingen een mogelijk risico vormen en toezicht verdienen.
Als u vermoedt dat er een illegale grondwateronttrekking wordt uitgevoerd of als u vermoedt dat een grondwateronttrekking niet verloopt volgens de (voorschriften van de) vergunning dan kunt u ook een handhavingsverzoek indienen via Handhavingsverzoek - Hoogheemraadschap van Rijnland. Als er inderdaad sprake is van een illegale grondwateronttrekking of een overtreding van de vergunning dan kan een handhaver van Rijnland de onttrekking stilleggen. Ook krijgt diegene die de onttrekking illegaal of onjuist uitvoert vaak een waarschuwing en/of een boete.
Schade van een grondwateronttrekking of negatieve effecten daarvan kunnen verschillende vormen aannemen. Het kan onder meer gaan om inkomstenderving door een lagere gewassenopbrengst, schade aan kwetsbare natuur, het verplaatsen van een grondwaterverontreiniging, beschadiging van kabels, (riool)leidingen en scheuren in woningen.
Vanuit het waterschap proberen wij aanvragen zo goed mogelijk te beoordelen en elke vorm van schade te voorkomen. Helaas is schade niet altijd te voorkomen. Het is bijvoorbeeld niet altijd helemaal duidelijk hoe de bodem of de fundering van de woning eruitziet. Voor woningen geldt in het bijzonder dat in het algemeen geldt hoe ouder de woning en hoe slechter de fundering, hoe groter de kans is op schade door werkzaamheden zoals grondwateronttrekkingen.
Verder geldt in alle gevallen dat soms een kleine schade wordt geaccepteerd, omdat de kosten voor het repareren van die schade veel lager liggen dan de investering om die schade te voorkomen.
Schade kunt u verhalen bij degene die het initiatief tot de onttrekking neemt. De initiatiefnemer zal de schade door een gedoogplicht (die op u als perceeleigenaar of andere rechthebbende geldt voor het onttrekken van grondwater) rechtstreeks aan u als gedupeerde moeten vergoeden en de schade komt voor volledige vergoeding in aanmerking. Dit staat in artikel 15.13 lid 4 van de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat ook geen bepaling dat schade (eerst) redelijkerwijze moet worden ondervangen door de initiatiefnemer.
Als u er onderling niet uitkomt, kunt u de discussie over de schade(vergoeding) voorleggen bij de AdviesCommissie Schade Grondwater (ACSG), zie verder
https://www.bij12.nl/onderwerp/adviescommissie-schade-grondwater/.
Soms is niet duidelijk welke schade precies door welke initiatiefnemer wordt veroorzaakt, als er in een gebied verschillende onttrekkingen plaatsvinden (vergunning- of meldingsplichtig). Degene die de schade lijdt, kan in dat geval de provincie verzoeken om onderzoek te doen naar de schade. Dit loopt over het algemeen via de al eerder genoemde AdviesCommissie Schade Grondwater.
Blijkt uit het onderzoek niet voldoende wie verantwoordelijk is voor de schade? Dan kan degene die de schade lijdt de provincie verzoeken om deze te vergoeden. Hij moet dan het recht op schadevergoeding overdragen aan de provincie. De provincie kan dan proberen om de schade alsnog te verhalen op de initiatiefnemers van grondwateronttrekkingen of infiltraties in het gebied. Zie hiervoor artikel 15.16 van de Omgevingswet.