De adelaar en de leeuw: de oorsprong van Rijnlands logo

27 januari 2025
Rijnland met wapen-archimedesweg Auteur: Janneke Groen

Als je vanaf de N206 over de Plesmanlaan richting het centrum van Leiden rijdt, dan zie je aan de linkerkant het Rijnlandshuis. Hier werken het bestuur en de ambtenaren van Hoogheemraadschap van Rijnland dag in dag uit aan het houden van droge voeten en schoon water. Dat valt onder andere te zien aan het blauwe bedrijfslogo dat op de gevel is aangebracht.

Het hoogheemraadschap beschikt over een bijzonder logo. Het is namelijk een gestileerde versie van het heuse wapen dat Rijnland ooit voerde. Hoog tijd om daar wat meer aandacht aan te besteden. Want wat stelt het wapen eigenlijk voor? En waar komt het vandaan?

Rijnland en Willem II

In de loop der tijd is het Rijnlandse wapen een aantal keer van uiterlijk veranderd. Dat maakt het lastig om een algemene beschrijving daarvan te geven. In de basis keren een paar elementen steeds terug: de adelaar met een schild met een leeuw op de borst. Het gaat hier om een samengesteld wapen, waarbij de dieren naar twee afzonderlijke instanties verwijzen, die beide te maken hebben gehad met het ontstaan van Rijnland en specifiek met graaf Willem II van Holland. De klimmende leeuw, in het wapen weergegeven met rode kleur op een gouden vlak, symboliseert de Hollandse leeuw of het wapen van het graafschap Holland. De adelaar verwijst naar het feit dat Willem II in 1248 benoemd werd tot rooms-koning. Dit hield in dat hij uiteindelijk gekroond zou worden tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. De keizers mochten traditiegetrouw een enkel- of dubbelkoppige, zwarte adelaar op een gouden vlak voeren. Willem II heeft helaas het keizerschap niet gehaald, omdat hij in januari 1256 sneuvelde tijdens een veldtocht tegen de West-Friezen. Maar mogelijk zouden rooms-koningen dit wapen ook hebben gevoerd.

Afbeelding 1: Handvestverlening door graaf Willem II van Holland aan het hoogheemraadschap van Rijnland, circa 1655. KGV-000057.

Handvestverlening door graaf Willem II van Holland aan het hoogheemraadschap van Rijnland, circa 1655

Vlak voor zijn vroegtijdig overlijden, in oktober 1255, liet Willem II zijn zegel hangen aan het charter dat hij verleende aan de heemraden van de Spaarndam. Dit deed hij als rooms-koning, terwijl hij tegelijkertijd optrad als graaf van Holland. Omdat Willem II onder beide titels bevoegdheden verleende aan de voorgangers van het hoogheemraadschap, werden de bijbehorende wapens vastgehecht aan de ontstaansgeschiedenis van Rijnland.

Het wapen van ‘Coninck Willem’

Hoewel de oorsprong van het Rijnlandse wapen al terug te vinden is in de middeleeuwen, betekende het niet dat het hoogheemraadschap meteen dit wapen ging voeren. Pas vanaf het eind van de zestiende eeuw zien we de eerste, fysieke sporen daarvan terug en in een vrij bijzondere vorm. Het gaat hier om glas-in-loodramen die door dijkgraaf en hoogheemraden werden geschonken aan kerken in Leiden, Warmond en Gouda. Van deze drie ramen is alleen het exemplaar van 1594 uit de Sint Janskerk in Gouda bewaard gebleven. Van de ramen in Leiden (ongedateerd, vroeg zestiende-eeuws) en Warmond (1591) zijn beschrijvingen en tekeningen opgenomen in een onuitgegeven boekje van Arnoldus Buchelius, getiteld Inscriptiones monumentaque in templis et monasteriis Belgicis inventa. In alle drie de ramen zijn de wapens van de graaf en de rooms-koning afzonderlijk van of naast elkaar weergegeven.

Afbeeldingen 2 en 3: schetsen van Rijnlandse wapens in de glas-in-lood ramen in de kerk van Warmond (links) en Leiden (rechts), uit de Inscriptiones monumentaque.

Het wapen verscheen voor het eerst in samengestelde vorm aan het begin van de zeventiende eeuw. De Hollandse leeuw werd als het ware voor de adelaar geschoven. En hoewel men voorheen de enkel- en dubbelkoppige adelaar afwisselend gebruikte, werd de dubbelkoppige variant de standaard. Steevast duidde men het aan als het wapen van koning Willem, waarbij vooral de oudste exemplaren veel symboliek bevatten. Zowel de gravenkroon als de keizerskroon werden in het wapen opgenomen. De koppen van de adelaar werden omringd met aureolen, die verwezen naar de wereldlijke en geestelijke macht van de Heilige Roomse keizer. Daarnaast zijn rondom enkele exemplaren, waaronder het wapen dat aan de kaart van Floris Balthasars uit 1615, sierranden aangebracht met verwijzing naar het charter van 1255 (‘Wilhelmus Rex Romanorum. Anno MCCLV die V Octobris’).

Afbeelding 4: kaartblad uit het kaartenboek van Floris Balthasars van 1615, met het Rijnlandse wapen. A-4149.

Het Rijnlandse wapen

Langzamerhand maakte het hoogheemraadschap zich dit wapen steeds meer eigen. De sierranden kwamen te vervallen, de aureolen verdwenen nog wel eens en de keizerskroon werd soms ingewisseld voor een koningskroon. De verbinding met Willem II bleef gehandhaafd, maar het was minder zichtbaar. Aan het eind van de zeventiende eeuw sprak men alleen over het Rijnlandse wapen.

Fig. 6-A-4468

Afbeeldingen 5 en 6: Kaartbladen van de Rijnlandse overzichtskaarten van 1687 en 1746, met het Rijnlandse wapen. A-4364 en A-4468.

Sindsdien is het wapen een aantal keer van gedaante gewisseld. Zoals blijkt uit de bovenstaande afbeeldingen werd het wapen tot ver in de achttiende eeuw in een ovaal vlak weergegeven. Daarna maakte het plaats voor een schild. G. ’t Hart, die hier uitgebreid onderzoek naar heeft gedaan, concludeert dat door de loskoppeling van de context niet alleen gezien werd als een verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis van het hoogheemraadschap, maar als een echt wapenschild.

Lange tijd is het wapen zonder problemen in gebruik gebleven, tot aan de Franse Tijd. Op 17 mei 1809 werd bij Keizerlijk Decreet besloten dat instanties zonder toestemming van keizer Napoleon geen wapens mochten voeren. Het bestuur heeft meermaals geprobeerd om die toestemming te verkrijgen, maar zonder succes. Na de totstandkoming van het Koninkrijk verkreeg het Rijnlandse bestuur in 1819 van de Hoge Raad van Adel een wapendiploma, waarin het wapen werd omschreven. Het gouden schild waarop de adelaar is afgebeeld werd hierbij vervangen door een schild van zilver. Tot ver in de twintigste eeuw werd dit Rijnlandse wapen gevoerd, totdat het plaats maakte voor het huidige bedrijfslogo. Het geheel verwijst nog steeds naar graaf Willem II, waarin de leeuw, de adelaar en de graven- en keizerskroon terugkeren.

Fig. 7-PRT-0226

Afbeelding 7: afschrift van 16 april 1962 van het wapendiploma van 1819. PRT-0226.

Een verzinsel?

Het Rijnlandse wapen kent een lange voorgeschiedenis, dat geheel te herleiden is naar Willem II. Zoals S.J. Fockema Andreae schrijft is het ‘niet onbegrijpelijk, dat de naam van den graaf en roomsch-koning Willem II van Holland met voorliefde aan het ontstaan van Rijnland is vastgehecht: het wapen, dat Rijnland nog voert, getuigt van die opvatting.’ Hierbij moet echter een kanttekening worden geplaatst. Zo is uit onderzoek gebleken dat het Rijnlandse wapen niet helemaal gebaseerd is op historische feitelijkheden. Het is maar de vraag of Willem II daadwerkelijk de dubbelkoppige adelaar op een gouden vlak hanteerde, want het is niet duidelijk hoe het wapen van een dertiende-eeuwse rooms-koning eruit zag. ’t Hart spreekt zelfs van een legende. Aan het begin van zijn boekje over Rijnlands wapen geeft hij aan dat Willem II als rooms-koning beschikte over een wapen met een gouden leeuw op een blauw vlak, terwijl hij aan het eind van zijn betoog vaststelt dat het een enkelkoppige adelaar op een gouden vlak moet zijn geweest.

Duitse vorsten voerden rond die tijd de adelaar als wapen, maar het wapen werd pas in de veertiende eeuw officieel verbonden aan het keizerschap. In dit geval ging het om de enkelkoppige adelaar. In de zestiende en zeventiende eeuw was dit anders, toen stond de dubbelkoppige adelaar, zoals het is opgenomen in Rijnlands wapen, symbool voor het Heilige Roomse Rijk. Eigenlijk is het Rijnlandse wapen een vroegmoderne voorstelling van hoe het wapen van Willem II eruit heeft kunnen zien. ’t Hart verwoordt dit het beste: ‘Wij bezitten hier een duidelijk beeld van wat de tijdgenoot zag als “het wapen van Coninck Willem”, dat de trots van Rijnland uitmaakte.’

Dat maakt het wapen niet minder speciaal. Want, zoals ’t Hart en Fockema Andreae al beweerden, het laat zien dat men in die tijd trots was op de Rijnlandse geschiedenis. Het feit dat dit wapen als logo nog altijd wordt gevoerd, spreekt daarom boekdelen.

Als je meer wilt weten over Rijnlands wapen, het werk van G. ’t Hart is digitaal in te zien in de bibliotheekcatalogus.

Bronnen