Huys te britten

Huis te Britten in kaart gebracht

Door: Janneke Groen

Ghij en hebt niet te reijsen nae Itaelien of Romen om outheijdt te sien
Ick heb hier tot Katwijck aen Zee meir als duysent lien.’

Volgens de historicus Gaius Suetonius Tranquillus vond er rond het jaar 39 na Christus een opvallende gebeurtenis plaats bij de Romeinse vesting Lugdunum Batavorum, dat waarschijnlijk in de buurt van Katwijk aan Zee lag. Hij beschrijft de dag waarop keizer Gaius, beter bekend als Caligula, zijn soldaten bevel gaf om de katapulten en andere artillerie op het strand te plaatsen. Na enige momenten beval hij hen uit het niets om schelpen te verzamelen, die hij de buit van de zee noemde. Na zijn overwinning op de oceaan liet de keizer een vuurtoren bouwen, die op den duur bekend kwam te staan als de Toren van Kalla. Het is een verhaal dat tot de verbeelding spreekt, maar of het daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is nog maar de vraag. Daarentegen wordt het argument dat Caligula rond die periode in de buurt van de monding van de Rijn is geweest ondersteund door de vondst van een wijnvat dat afkomstig was uit de persoonlijke wijnvoorraad van de keizer.

Ook de vraag waar Lugdunum precies lag blijft tot op de dag van vandaag onbeantwoord. Er wordt verondersteld dat de nederzetting in de middeleeuwen begraven lag onder de duinen. Door kustafslag waren de funderingen tussen de zestiende en achttiende eeuw af en toe zichtbaar, totdat ze uiteindelijk in zee verdwenen. De restanten kwamen bekend te staan als het Huis te Britten of Brittenburg.

De Borch te Brec­ten

De eerste vermelding van een ‘Borch te Brecten’ kwam voor in een gedicht van Willem van Hildegaersberch uit 1401, waarin hij deze nederzetting omschrijft als een oud tolhuis in eigendom van de graven van Holland. Daarna verschenen er meerdere vermeldingen van de nederzetting, maar ze werd officieel pas ‘ontdekt’ in 1520. Een storm had ervoor gezorgd dat het zeewater was teruggetrokken en de ruïnes op het strand te zien waren. Sindsdien werd de term Brittenburg gekoppeld aan de Romeinse restanten die bij Katwijk waren gevonden.

De oudste afbeelding van Brittenburg verscheen in 1566 en was vervaardigd door Abraham Ortelius. Op deze kaart werden de kenmerkende funderingen van de nederzetting weergegeven, evenals een aantal archeologische vondsten. Op den duur verschenen er meer kaarten, tekeningen en zelfs een schilderij van Brittenburg. Allemaal toonden zij vierkante funderingen, met halfronde of ronde torens en een rechthoekige vorm in het midden. Ook in de kaartencollectie van Rijnland zijn er enkele tekeningen waarop de nederzetting is afgebeeld. Een voorbeeld hiervan is de onderstaande kaart, waarop de historische situatie van de Rijnmonding is weergegeven. Hierop zijn de funderingen van Brittenburg of het Hof van Agrippina (een verwijzing naar de moeder van keizer Caligula) aangeduid. Daarbij zijn de cartouches rondom de titelvermelding en de schaalstokken geheel versierd met voorwerpen die in de ruïnes gevonden zouden zijn. In de collectie van het Rijksmuseum is er een variant beschikbaar waarop nog meer historische details zijn afgebeeld, waaronder de Toren van Kalla en de nederzetting Lugdunum (zie: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.439023).

kaart-britannischenoordzee

Kaart van de oude uitwatering van de Rijn, 1734 (kaart A-0487).

Op een kaart van Joannes le Francq van Berkhey uit 1779 waarop de waterstaatkundige geschiedenis van Nederland wordt afgebeeld, wordt ook de ‘waare en echte plaats waar het oude Ares Brittia gelegen heeft volgens alle echte bescheiden en aftekeningen wanneer het bloot gelegen heeft en laast door mij gezien is en afgetekent’ weergegeven.

Detail uit de kaart van Joannes le Francq van Berkhey

Detail uit de kaart van Joannes le Francq van Berkhey, 1779 (kaart A-1880).

Ook op kaarten waar in eerste instantie geen historische situaties worden afgebeeld, wordt Brittenburg soms weergegeven. Zie bijvoorbeeld het onderstaande detail uit een kaart van Rijnland en de omliggende waterschappen van Claes Jansz. Visscher uit 1644.

Detail uit de kaart van Claes Jansz. Visscher

Detail uit de kaart van Claes Jansz. Visscher, 1644 (kaart A-0005).

Een fan­ta­sie?

Ondanks een overschot aan bronmateriaal blijft Brittenburg een mysterie. Het is lastig om aan te duiden waar de naam vandaan komt, waarom het is gebouwd (was het een Romeins fort of een middeleeuwse burcht?), hoe het er precies heeft uitgezien en - bovenal - waar het ligt. Dit heeft een tweetal redenen: enerzijds zijn de ruïnes van Brittenburg nooit gevonden. Dit komt waarschijnlijk omdat er tussen de zestiende en achttiende eeuw niet alleen voorwerpen uit de ruïnes werden gehaald, maar ook de bouwmaterialen werden weggehaald en gebruikt. Toen het bouwwerk aan het eind van de achttiende eeuw te zien was, waren alleen nog de houten paalfunderingen aanwezig. Vermoedelijk zijn de laatste restanten in zee weggespoeld. Anderzijds zijn de meeste afbeeldingen die van de nederzetting zijn gemaakt grotendeels gekopieerd naar de kaart van Ortelius uit 1566, die zijn tekening waarschijnlijk heeft vervaardigd op basis van getuigenverslagen en een schets van een Italiaanse reiziger die de ruïnes had gezien in 1562. Een overgroot deel van het beschikbare bronmateriaal is dus nauwelijks betrouwbaar.

Daarentegen wordt Brittenburg niet afgeschreven als fantasie. Zo werden er tijdens de bouw van de nieuwe uitwateringssluizen te Katwijk in 1982 in een bouwput enkele scherven en dakpannen gevonden. Uit een daaropvolgend archeologisch onderzoek bleek dat het gebied tussen een periode van 160 tot 240 na Chr. werd bewoond. Het ging vermoedelijk om een deel van Lugdunum. Daarbij, werd er geconcludeerd, was het zeker niet onmogelijk dat er op (hooguit) 400 meter van de opgraving een andere nederzetting nabij de kust lag.

Naar aanleiding van het beschikbare bronmateriaal en de opgravingen die rondom Katwijk zijn uitgevoerd, wordt er over het algemeen aangenomen dat de nederzetting, die bekend kwam te staan als Brittenburg, een onderdeel vormde van Lugdunum. In eerste instantie werd er tussen de tweede en derde eeuw na Chr. een horreum of opslagplaats aangelegd. Het gaat hier om de kenmerkende, rechthoekige vorm in het midden van de nederzetting. Tijdens de vierde eeuw werd Brittenburg versterkt door de bouw van een aantal halfronde torens. Het kreeg het karakter van een fortificatie of castellum. De nederzetting zou tijdens de middeleeuwen nog gebruikt kunnen zijn, voor het in verval raakte en in de golven verdween. Helaas, is dit niet met zekerheid te zeggen. Misschien dat het mysterie rondom Brittenburg pas opgelost kan worden wanneer de resterende overblijfselen gevonden worden, als die er überhaupt nog zijn. Tot die tijd blijft het bij theorieën en fantasieën. Een Romeins fort dat verzwolgen werd door de zee en af en toe op magische wijze verscheen, spreekt immers tot de verbeelding.

Bron­nen

  • H. Dijkstra en F.C.J. Ketelaar, Brittenburg, raadsels rond een verdronken ruïne (Bussum, 1965).
  • J.H.F. Bloemers en M.D. de Weerd, ‘Van Brittenburg naar Lugdunum. Opgravingen in de bouwput van de nieuwe afwateringssluis in Katwijk, 1982’, in: De uitwateringssluizen van Katwijk, 1404-1984 (Leiden, 1984) 41-51.
  • E. van Ginkel en W. Vos, Grens van het Romeinse Rijk, de limes in Zuid-Holland (Utrecht, 2018).
  • P. van der Heijden, Romeinen langs Rijn en Noordzee, de limes in Nederland (Utrecht, 2020).

Af­beel­din­gen