De Spaarndammerdijk bij Spaarnwoude. Detail uit de overzichtskaart van Rijnland uit 1615

Rijnlands waterkering is nu een mooie route naar de kust

Door: Karin Liefting

Water is een vormend element in ons landschap. In het Nederlandse landschap met zijn rivieren, dijken en boerderijen zien we overal om ons heen de sporen van de wordingsgeschiedenis van Nederland. De gevolgen van de Sint Elisabethsvloed van 1421 zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar in het landschap rondom de Spaarndammerdijk bij Spaarndam. Dit gedeelte van de Spaarndammerdijk was voor het achterland de weg naar Haarlem. Tegenwoordig is het vooral onderdeel van een recreatieve route naar de kust voor veel Amsterdammers.

Afbeelding 1, bovenaan de pagina. De Spaarndammerdijk bij Spaarnwoude. Detail uit de overzichtskaart van Rijnland uit 1615 (HHR, Collectie kaarten, A-4163).

De Spaarndammerdijk vormde vanaf het ontstaan van het hoogheemraadschap de noordelijke grens van Rijnlands gebied. De dijk werd aangelegd om het IJ aan de zuidkant in bedwang te houden en loopt bijna recht op de vroegere strandwal van Spaarnwoude.[1]

Rond 5600 voor Chr. resulteerde een overschot aan sedimentaanvoer in de sluiting van het zeegat van Hoofddorp. De zich naar het oosten bewegende kustlijn kwam op dat moment tot stilstand en door sedimentoverschot ontstonden de eerste strandwallen en breidde de kust zich westwaarts uit.

Tussen de strandwallen in noordelijk Rijnland lagen moerassige veengronden. Aan het einde van de Middeleeuwen begint men met de ontginning van deze gronden. Door de ontginning en optredende bodemdaling kon de zee weer meer invloed krijgen op het veengebied. Als gevolg van de ontginningen daalde het maaiveld, zodat het land steeds drassiger werd. Dit betekende enerzijds dat akkers steeds meer werden vervangen door weiden, en anderzijds dat de landerijen en weidegronden het gevaar liepen overstroomd te worden door het water van het IJ, dat via de Zuiderzee in open verbinding stond met de Noordzee. Om landverlies tegen te gaan werd de Spaarndammerdijk aangelegd, van de Amstel naar het Spaarne. Deze Spaarndammerdijk volgde vóór 1422 de zuidelijke oever van het IJ. Het was geen sterke dijk en dat is nog steeds te zien aan de talrijke wielen langs de dijk, gevolgen van dijkdoorbraken. Vooral in de 14e en 15e eeuw leidden overmatige regenval en overstromingen tot grote verwoestingen in de provincie Holland.

Zeshonderd jaar geleden, in de nacht van 18 op 19 november 1421, de naamdag van de heilige Elisabeth, was er een stormvloed bij een zware noordwesterstorm. De Spaarndammerdijk bezweek bij Spaarnwoude en Hofambacht.

De Spaarndammerdijk tussen Spaarndam en Polanen (Halfweg)

Afbeelding 2: De Spaarndammerdijk tussen Spaarndam en Polanen (Halfweg) Detail uit de overzichtskaart van Rijnland uit 1615 (HHR, Collectie kaarten, A-4065).

De Sint Elisabethsvloed is de ergste stormvloed uit de Nederlandse geschiedenis genoemd[2] en de dijk werd zo zwaar beschadigd dat herstel geen zin had. Om nieuwe doorbraken te voorkomen begon men direct met de aanleg van een nieuwe, flink ingekorte dijk dwars door de ambachten Spaarnwoude en Hofambacht. De in het IJ uitstekende landtong werd door de nieuw hoge dijk afgesneden en de Hogendijk werd de nieuwe IJdijk. Om beweiding van de Inlaag enigszins mogelijk te maken werd een lage zomerdijk – de Kadijk- rond de Inlaag aangelegd en ontstond de huidige Inlaagpolder. De lage buitenkade om de Inlaagpolder volgt waarschijnlijk het vroegere tracé van de Spaarndammerdijk.

Infrastructurele ontwikkeling

De Hoge Spaarndammerdijk (destijds Hogendijk en later Haerlemmerdijck geheten) vormde voor het achterland de verbinding met steden als Haarlem en Amsterdam. Vanwege het grote belang van de dijk voor het achterland kwam het beheer in de 16e eeuw stapsgewijs in handen van het hoogheemraadschap Rijnland, een proces dat in 1593 met de zogenaamde ‘gemeenmaking’ werd afgerond[3]. Vanaf de 17e eeuw werd het onderhoud aan de dijk per dijkvak openbaar aanbesteed. Het onderhoudswerk beperkte zich niet tot dijkherstel na doorbraken, maar betrof ook het effenen van de dijkkruin. Over de dijk liep de landweg van Amsterdam naar Haarlem waar veel verkeer overheen kwam. Vanwege het intensieve gebruik moesten de wagensporen op de dijk regelmatig worden gedicht. In 1762 werd deze weg als één van de eerste wegen in Nederland (althans buiten de bebouwde kom) bestraat en kreeg de naam straatweg[4].

De versteviging van de dijk is in de loop der tijd veranderd. De dijk is opgeworpen met materiaal uit de directe omgeving, diverse soorten klei vermengd met zand en veenbrokken. Deze dijk is in de loop der tijd verschillende malen verhoogd. Vlakbij station Sloterdijk zijn in 1981 de resten van een dijkbeschoeiing aan de IJzijde van de voormalige dijk opgegraven. Ter versteviging werden hier houten palen de grond in geslagen, waarvan de langste 7,75 meter meet. Omdat de houten palen in de loop van de tijd door paalworm werden aangetast, verving men vanaf ongeveer 1700 de houten palen geleidelijk door een stenen dijkmuur. Delen van deze stevige, bakstenen muur zijn teruggevonden tijdens een kleine opgraving bij het boezemgemaal Halfweg. Pas later kwam men tot de ontdekking dat een flauw talud een betere bescherming bood dan een muur [5].

De Spaarndammerdijk brak in de loop van de eeuwen meerdere keren door. Voor het laatst in 1675. De dijk verloor de functie van winterdijk door de afsluiting en gedeeltelijke inpoldering van het IJ. Wat nu nog herinnert aan die laatste doorbraak is de Grote Braak, een plas langs een recreatieve fietsroute ten oosten van Halfweg. Deze fietsroute is onderdeel van een recreatiegebied bedoeld als groene bufferzone tussen de stedelijke gebieden van Haarlem en Amsterdam. De afstand tot de stedelijke gebieden is niet groot en maakt het aantrekkelijk om over de diverse routes met de fiets dit recreatieve gebied te doorkruisen.

De rechte hoge winterdijk tussen Spaarndam en Halfweg

Afbeelding 3: De rechte hoge winterdijk tussen Spaarndam en Halfweg.

Meer mensen in de stad betekent ook een grotere wens om naar buiten te trekken. Voor veel Amsterdammers zijn de vroegere waterkeringen verbindingswegen met de kust. Zeker sinds de komst van het corona-virus willen hoofdstedelingen graag de natuur in en een tochtje naar Amsterdam Beach (Zandvoort) is een gewild uitje. Onder druk van de pandemie is de hoge Spaarndammerdijk nu nog steeds een regionale weg van belang.

Bronnen, noten en/of referenties

  1. De Spaarndammerdijk en het landschap, Oneindig Noord-Holland
  2. Buisman, J., Extreem weer! Een canon van weergaloze winters & zinderende zomers, hagel &
    hozen, stormen & watersnoden (Franeker 2011)
  3. Aten, D. en Schevenhoven, P., Het IJ rond. Geschiedenis van de oude zeedijken rond het IJ tot de opening van het Noordzeekanaal in 1876 (Heerhugowaard, Leiden, Wormer 2000)
  4. Haartsen, A. en Olde Meierink, B., Drie sluizen in Halfweg in: Het Nederlands Landschap, Jg. 37 (2019), Nr 2
  5. Gemeentebeschrijving Haarlemmerliede/Spaarnwoude. Project Monumenten Inventarisatie Project (MIP), Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1992