Rijnlandse felicitaties aan de stadhouders

27 juli 2026
Afb. 2 - RP-P-OB-104.708

In mei 1747 kwam een einde aan het Tweede Stadhouderloze Tijdperk (1702-1747). Willem Karel Hendrik Friso, prins van Oranje-Nassau en stadhouder van Friesland, Groningen, Gelre en Drenthe, werd toen ook door de resterende provincies van de Republiek als stadhouder Willem IV erkend. Daarnaast werd hij, temidden van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) waar de Republiek ook bij betrokken was, meteen benoemd tot kapitein-generaal en admiraal-generaal van leger en vloot.

Felicitaties aan Willem IV...

Dat het hier ging om een bijzondere gebeurtenis was ook de Rijnlandse dijkgraaf en hoogheemraden niet ontgaan. Zij oordeelden dat het hun plicht was de kersverse stadhouder van hun respect te verzekeren, hem te feliciteren met het verkrijgen van zijn ‘illustre digniteijten’ en het college in zijn gunst en bescherming aan te bevelen. Ook de colleges van de hoogheemraadschappen van Delfland en Schieland wilden hun felicitaties uitbrengen aan Willem IV. Maar omdat zijn doorluchtige hoogheid vrijwel dagelijks werd overladen met ‘pligt pleegingen, en felicitatien’, stelden Delfland en Schieland voor om gezamenlijk de stadhouder te gaan feliciteren. Rijnland stemde hiermee in en stuurde een secretaris naar Den Haag om een audiëntie voor de drie colleges in te plannen. De datum werd vastgesteld op 15 juni.

Afbeelding 1: pagina uit de resoluties van dijkgraaf en hoogheemraden, met een gedeelte van het verbaal van de felicitaties aan Willem IV en Anna van Hannover uitgebracht in 1747. Afkomstig uit het archief van het hoogheemraadschap van Rijnland (1.1.1/31).

Hoe dit bezoek precies verliep, blijkt uit een ‘verbaal van het geene door de collegien van Rhijnland, Delffland en Schieland is verrigt ter geleegendheijd van de aanstelling van zijne Doorlugtige Hoogheijd […]’ dat in het archief bewaard is gebleven. Hierin staat onder andere vermeld dat de drie colleges om half elf ’s ochtends vergaderden in de Oude of Sint-Jorisdoelen (Tournooiveld 5) in Den Haag. Heel ver hoefden de colleges niet te af te reizen, want de audiëntie vond plaats in het Friese Hof aan de Lange Vijverberg. Dat was nog geen 200 meter verderop. Twee aan twee liepen de heren naar de residentie van Willem IV. De boden liepen voorop met de bijbehorende bodebussen op de borst. Zij werden gevolgd door de dijkgraaf, hoogheemraden en functionarissen (secretarissen en rentmeesters) van Rijnland, daarna die van Delfland en tenslotte die van Schieland.

Vanuit de antichambre werden de heren begeleid naar de audiëntie-kamer, waar Willem IV hen al staand opwachtte. Vervolgens deed de Rijnlandse secretaris Diderik van Leyden een stapje naar voren en sprak namens de drie hoogheemraadschappen hun compliment uit. Allereerst feliciteerden de colleges de stadhouder met zijn benoemingen. Zij toonden zich ook dankbaar voor het feit dat Willem IV deze taken in deze ‘droevige toestand’ van de Oostenrijkse Successieoorlog op zich nam en hoopten dat hij de ‘duijstere wolken die over ons vaderland hangen’ zou verdrijven. Tot slot wensten de heren de stadhouder en zijn vrouw, Anna van Hannover, een lang en gelukkig leven, dat hun huwelijk met een mannelijke erfgenaam gezegend werd en dat het huis van Oranje-Nassau mocht ‘groeien en bloeien tot aan het eijnde der daagen.’

... en Anna van Hannover

Uit het verbaal wordt niet duidelijk hoe deze felicitaties door Willem IV zijn ontvangen. Nadat de hoogheemraadschappen zichzelf aanbevolen in de gunst en protectie van de stadhouder sluit het rapport namelijk wat abrupt af. In de resoluties van dijkgraaf en hoogheemraden is gelukkig een iets uitgebreider verslag opgenomen. Ook hieruit worden we niet veel wijzer, behalve dat de stadhouder de complimenten op gracieuze wijze in ontvangst nam. Daarna vertrokken de heren ‘in deselve ordre als gekome waren’ weer naar de Oude Doelen. Daar aangekomen werd de Rijnlandse secretaris bedankt voor de genomen moeite. Maar daar bleef het niet bij. Het leek de heren ‘dienstig’ om ook Anna van Hannover te feliciteren met de benoemingen van haar man. Nog diezelfde middag om half zes vertrok de stoet naar het Friese Hof, alwaar de Princesse Royaal soortgelijke complimenten ontving bij monde van Van Leyden. Na een vriendelijke reactie van Anna van Hannover keerden de Rijnlandse, Delflandse en Schielandse colleges terug naar de Oude Doelen. De Rijnlandse secretaris werd opnieuw bedankt, daarna namen de heren afscheid van elkaar.

Afb. 2 - RP-P-OB-104.708

Afbeelding 2: [JG1] portret van Willem IV, prins van Oranje-Nassau, en Anna van Hannover. John Faber, 1734-1756. Beschikbaar via het Rijksmuseum, zie: https://id.rijksmuseum.nl/200560520.

Felicitaties aan Willem V

Dat de wensen voor een lang en gelukkig leven niet geheel uitkwamen, blijkt wel uit het feit dat Willem IV al in 1751 overleed. Zijn zoon en opvolger, Willem V, was toen pas drie jaar oud. Nadat hij op 8 maart 1766 meerderjarig werd verklaard volgden zijn benoemingen tot stadhouder, kapitein-generaal en admiraal-generaal.

Enkele dagen daarvoor besloten de Rijnlandse dijkgraaf en hoogheemraden ditmaal zelf hun respect te gaan betuigen. Ook van dit bezoek bestaat een verslag. Hieruit blijkt dat ze op 5 maart secretaris Pieter Cornelis van Leyden afzonden naar Den Haag om een audiëntie te verkrijgen. Willem V liet hem weten dat hij pas volgende week een specifieke dag en tijd voor de bijeenkomst kon bepalen. Zodoende keerde de secretaris op 11 maart terug: de volgende dag zou de stadhouder het college om twaalf uur opwachten. Er werd een bode uitgezonden om dijkgraaf en hoogheemraden nog diezelfde avond tegen zessen in de Oude Doelen te laten verschijnen. Hier spraken zij af om de volgende dag om half twaalf te vergaderen in een vertrek van de Gecommitteerde Raden op het Binnenhof.

Op 12 maart, op de afgesproken tijd, was het college grotendeels compleet. Behalve hoogheemraad Arent de Raet die vanwege ‘onpasselijkheijd’ afwezig was. Deze keer hoefden de heren voor de bijeenkomst niet eens het gebouw uit. In optocht, met de dijkgraaf aan het hoofd, gevolgd door de hoogheemraden (twee aan twee), rentmeester en secretaris en voorgegaan door de boden, klommen zij de Grote Trap van het Binnenhof op, langs de schilderijengalerij, naar de antichambre. Na enige tijd werden zij toegelaten tot de audiëntiekamer. Willem V stond hen naast een stoel op te wachten. Pas toen de stadhouder had plaatsgenomen konden de heren tegenover hem gaan zitten op een aantal klaargezette stoelen. In tegenstelling tot het verbaal uit 1747, blijkt uit dit verbaal helaas niet wat de Rijnlandse felicitaties inhielden. In het verslag staat alleen dat de dijkgraaf een sierlijke en voor deze gelegenheid passende toespraak hield, dat Willem V deze op de allervriendelijkste wijze had beantwoord en dat de heren na de bijeenkomst van elkaar zijn gescheiden. Ook de resoluties van dijkgraaf en hoogheemraden bieden hier geen aanvulling op.

Afbeelding 3: portret van Willem V (1748-1806), prins van Oranje-Nassau. Johann Georg Ziesenis, ca. 1768-1769. Beschikbaar via het RKD, zie: https://rkd.nl/images/256027.

Of het een gewoonte van dijkgraaf en hoogheemraden was om pasbenoemde stadhouders of andere landsheren en vorsten geluk te wensen is niet duidelijk. Hiervoor is meer onderzoek nodig. Voor nu is het vooral bijzonder dat deze verbalen ons een klein inkijkje geven in hoe het Rijnlandse bestuur zich bewoog in hogere bestuurlijke kringen.

Bronnen

  • 1.1.1/31 - Register van resoluties van dijkgraaf en hoogheemraden, en van dijkgraaf, hoogheemraden en hoofdingelanden, 1743-1749 (folio’s 229-231v).
  • 1.1.1/35 - Register van resoluties van dijkgraaf en hoogheemraden, en van dijkgraaf, hoogheemraden en hoofdingelanden, 1766-1768 (folio's 19-21).
  • 1.1.1/9496 – Verbalen van het voorgevallene omtrent de plechtige gelukwensen, door dijkgraaf en hoogheemraden aan de nieuw benoemde stadhouders aangeboden, 1747 en 1766.