morgenboek

Morgenboeken

In de middeleeuwen werden de regionaal belangrijke waterstaatswerken waarop de hoogheemraden van Rijnland toezicht hielden onderhouden door de ambachten. Vanaf de 16de eeuw werden deze werken ‘gemeen’ gemaakt. Dit hield in dat Rijnland de werken onderhield en dat de kosten later via een omslag werden verhaald op alle ambachten. Hiervoor werd een heffing geheven gebaseerd op de oppervlakte van de desbetreffende ambachten, uitgedrukt in ‘morgen’ (1 morgen is ongeveer 0,85 hectare).

Aan het begin van de 16de eeuw werd de financiële administratie van Rijnland flink verbeterd. Dit leidde ertoe dat tussen 1543 en 1544 alle Rijnlandse ambachten werden opgemeten om de juiste hoeveelheid morgengeld te kunnen bepalen. Het leverde per ambacht een meetverslag op, waarin ieder perceel was opgenomen. Van het perceel werd de naam van de eigenaar of de gebruiker genoteerd. Woonde de eigenaar of gebruiker niet in het ambacht, dan werd vaak ook de woonplaats vermeld. Daarbij werd de oppervlakte van het perceel opgenomen in morgen, hond en roeden. Dit waren oppervlaktematen die tot en met de 19de eeuw werden gebruikt. Eén morgen stond gelijk aan zes hond en één hond bestond uit 100 roeden (1 morgen = 6 hond = 600 roeden). Deze eerste meetverslagen vormden de basis voor de daaropvolgende morgenboeken die ieder schrikkeljaar bij Rijnland werden ingeleverd.

morgenboek-hillegom

Morgenboek van Hillegom, 1652. NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr 1.1.1/4650b.

Deze morgenboeken zijn eenvoudig te raadplegen (zie figuur 2 met transcriptie). Bij de opmeting volgden de landmeters een bepaalde route door het ambacht, dat vaak in blokken was verdeeld. De leggers die later op basis van de meetverslagen werden gemaakt en de uittreksels die aan Rijnland werden toegezonden, volgden ook deze oorspronkelijke route. Elk perceel komt ongeveer op dezelfde plaats in het vorige of volgende morgenboek voor. Het grondbezit of grondgebruik kan zo over een lange periode worden gevolgd.

Zie bijvoorbeeld 1.1.1/4650b Morgenboek van Hillegom 1652, 1656.

Transcriptie:

  • Pieter Claesz. Aan die Santlaen ende is groot IX (9) hont XXXIX (39) roede int eygen Jacob van Alckemade.
  • De Jacobuissen tot Haerlem eygen bruycker Adriaen [Jacobsz.] groot IX (9) hont XXXVI (36) roede int eygen als neven B. Ruijchaver.
fragement-morgenboek

Fragment uit het morgenboek van Hillegom, 1652. NL-LdnHHR, Oud Archief Rijnland, inv.nr. 1.1.1/4650b