Water en Bodem Sturend (WBS), deze term komt steeds vaker voorbij als we het hebben over gebiedsontwikkelingen. Maar hoe pas je het toe in de praktijk? Dat vroegen we dit keer aan collega Marieke Desmense (beleidsadviseur). Zij vertelt ons waarom in de Rijnlandse Nota Veenweide het uitgangspunt Water en Bodem Sturend is. En hoe dat in de praktijk werkt bij de vernatting van een polder (het verhogen van de grondwaterstand).
De Nota Veenweide, wat houdt dat eigenlijk in?
In de Nota Veenweide staat hoe Rijnland bijdraagt aan het beperken van bodemdaling en CO2 emissie uit veenweidegebieden. Er is eigenlijk maar één maatregel die hiervoor ingezet kan worden: vernatting. Van vernatting is bewezen dat het werkt én dat het op grote schaal is uit te voeren.
Vernatting gebeurt door waterinfiltratiesystemen aan te leggen op een stuk land, soms in combinatie met het verhogen van het water in de sloot. In de Nota hebben we door middel van gebiedsanalyses gekeken waar deze vernatting volgens ons mogelijk is. Daarnaast hebben we opgeschreven wat in veenweidegebieden onze uitgangspunten en voorwaarden zijn voor een toekomstbestendig watersysteem.
Uitlegvideo over Veenafbraak en het ontstaan van broeikasgassen in veenweiden
Wat moeten we ons voorstellen bij de gebiedsanalyses?
De gebiedsanalyses geven antwoord op de vraag hoeveel CO2 vermindering vernatting in een bepaalde polder oplevert. Hoeveel vermindering zien we bij verschillende maten van vernatting? En welke invloed heeft vernatting op hoe we het land kunnen gebruiken en op ons watersysteem? Deze kennis gebruiken we als we aan tafel zitten bij gebiedsprocessen op provinciaal en polderniveau. Door alle analyses te combineren, geven we aan waar het makkelijk, of juist moeilijk, is om te vernatten.
Uiteindelijk konden we zo alle veenweidegebieden indelen in vier klassen. Van polders waar snel resultaat te behalen is tot ingewikkeldere gebieden. De keuze waar vernatting echt plaatsvindt ligt bij de provincies, omdat vernatting gevolgen heeft voor het landgebruik.

Je noemt ook uitgangspunten en voorwaarden? Welke zijn dat?
We kijken als waterschap wat technisch mogelijk is per gebied, maar de Nota Veenweide gaat ook over afspraken maken en goed weten wat ons eigen standpunt is. Onder welke voorwaarden kunnen we bijvoorbeeld negatieve effecten accepteren van vernatting op het watersysteem?
Eén van de dilemma’s is dat vernatting tijdelijk kan zorgen voor verslechtering van de waterkwaliteit. Als je kijkt naar de Europese waterkwaliteits-doelen (KRW) mag dit niet. Daarom onderzoeken we hoe de KRW- en de CO2-doelen zo goed mogelijk te verenigen zijn. Daar komen voorwaarden uit. Denk aan het combineren van vernatting met de aanleg van natuurvriendelijke oevers (nvo’s), zodat het watersysteem de tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit beter kan opvangen. Het leuke is dat de plannen voor nvo’s soms aanstekelijk werken in een polder, waardoor er meer boeren mee willen doen. Een win-win voor ons!
Is Water en Bodem Sturend één van de uitgangspunten van de Nota Veenweide?
Zeker! De Nota Veenweide gaat bij uitstek over water en bodem. De principes van WBS zitten daarom verweven in onze input bij gebiedsprocessen. We laten zien waar het watersysteem al geschikt is voor de aanleg van waterinfiltratiesystemen en waar (nog) niet. Dus we proberen het watersysteem daarin sturend te laten zijn.
We dringen bij provincies en het Rijk ook aan op het maken van een langetermijnvisie voor de veenweidegebieden. Zij moeten hier keuzes over gaan maken. Als Rijnland helpen we om de keuzes te onderbouwen met kennis over ons watersysteem en bewaken we dat plannen toekomstbestendig zijn en er niet wordt afgewenteld. Afwenteling betekent bijvoorbeeld dat door vernatting de kans op wateroverlast toeneemt. Grondeigenaren zien ook heel goed dat zij er last van hebben wanneer dit niet wordt opgelost. Vaker wateroverlast betekent bijvoorbeeld direct wat voor hun opbrengsten.
Zie je Water en Bodem Sturend al in de plannen terug?
In de praktijk moeten we er als waterschap nog best achteraan. Het is nog niet vanzelfsprekend dat er rekening wordt gehouden met het watersysteem in een plan voor vernatting. Op polderniveau zijn de plannen vooral gericht op de korte termijn en het snel behalen van doelen. Op strategisch niveau zie je WBS wel steeds meer terugkomen, wel alleen nog op papier. Maar de intentie is er zeker!
Waar loop je in de praktijk tegenaan?
Als Rijnland zijn we afhankelijk van andere partijen. Formeel maken wij de keuzes niet, dat kan soms lastig zijn. Als je kijkt naar vernatting van een polder besluit de grondeigenaar uiteindelijk of hij/zij meedoet. De provincie heeft hiervoor het geld. Wij leggen “alleen” de kennis op tafel. Gelukkig geeft deze kennis ons wel genoeg gewicht om onze uitgangspunten in te brengen en op detailniveau mee te puzzelen.

Is er wel voldoende geld voor alle plannen?
Helaas op dit moment niet. Hierdoor blijven veel plannen op de plank liggen en concurreren ze met elkaar. Als wij als waterschap ook nog extra maatregelen adviseren voor het watersysteem, worden projecten nog duurder. Dat is weer een extra horde. Bij te veel projecten en te weinig geld kun je ook van grondeigenaren niet zomaar verwachten dat ze meedoen. Het kost tijd en inzet om plannen voor vernatting van een gebied uit te werken, dus dat wil je wel enige zekerheid dat het plan ook gefinancierd en uitgevoerd wordt.
Wat is er nodig om de plannen in het veenweidegebied echt uit te voeren?
Geld én duidelijkheid over ‘wat Nederland nou echt wil’ zou helpen om plannen tot uitvoering te brengen. Uiteindelijk komt de wens om te vernatten voort uit een wet, de Klimaatwet. Om daaraan te kunnen werken is het belangrijk dat het kabinet en de provincies duidelijke keuzes maken.
Denk aan keuzes als ‘ga je in alle polders een beetje vernatten of in sommige veel en in andere niet?’. Het zou enorm helpen als we een antwoord hadden op deze vraag. Uiteraard hebben we bij Rijnland al gekeken of wij hier vanuit Water en Bodem Sturend een voorkeur voor hebben. In dit geval is dat niet zo. Die keuze moet dus vanuit een andere afweging komen. Denk aan natuur of agrarisch belang.
Wat is jouw visie op het veenweidegebied?
Ik heb zelf voor ogen dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) uiteindelijk leidt tot een herinrichting van het veenweidegebied. Waarbij we vanuit het principe Water en Bodem Sturend de functies op de juiste plekken plaatsen. In plaats van de plekken aanpassen op de functies. Op die manier kunnen de laagste delen van een polder bijvoorbeeld dienen als natuurgebied of waterberging en hogere delen als landbouwgrond die winst oplevert.
Wil je ons nog iets meegeven?
Als waterschap hebben we de taak om te kijken naar maatschappelijke doelen én daarbij te bewaken dat ons watersysteem toekomstbestendig en beheersbaar blijft. Hierbij is WBS het uitgangspunt. Dat betekent ook dat we heel goed moeten weten wat we zelf willen. Dit zijn geen opgaven waar we alleen toetsen aan regels. We moeten onze visie en onze kennis paraat hebben. Hoe duidelijker we onze ambitie als waterschap krijgen, hoe meer kans we hebben op dat beheersbare en toekomstbestendige watersysteem.